De 30%-regeling wordt geweigerd omdat bij aanvang van het dienstverband geen vast loon is overeengekomen. Een later vast contract herstelt dit gebrek niet.
Een werknemer komt vanuit het buitenland en maakt sinds november 2023 gebruik van de 30%-regeling. Na beëindiging van zijn dienstverband sluit hij op 22 juli 2024 een nulurencontract met een nieuwe werkgever, gevolgd door een vast contract per 13 augustus 2024. De inspecteur wijst het verzoek om voortzetting van de 30%-regeling af. In geschil is of moet worden uitgegaan van het nulurencontract of het latere vaste contract voor de looneis.
Toetsmoment bij aanvang dienstverband
Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat voor de toepassing van de 30%-regeling moet worden gekeken naar het moment waarop de arbeidsovereenkomst tot stand komt. Op dat moment moet worden voldaan aan de looneis. Het nulurencontract geldt als eerste arbeidsovereenkomst en vormt dus het relevante toetsmoment.
Geen vast loon, dus geen regeling
Omdat het nulurencontract geen gegarandeerd minimumloon bevat, is geen sprake van een vast overeengekomen loon dat voldoet aan de looneis. Dat partijen kort daarna een vast contract sluiten met voldoende salaris, maakt dit niet anders. De rechtbank verwerpt ook het standpunt dat sprake is van één samenhangende rechtshandeling. De inspecteur heeft de toepassing van de 30%-regeling daarom terecht geweigerd.
Wet: art. 10e, art. 10ea en art. 10eb Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965
Bron: Rechtbank Noord-Holland, 05-02-2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:2541, AWB – 25 _ 3440 | NDFR





Geef een reactie