Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de statutair bestuurders van een melkveehoudercoöperatie in een privaatrechtelijke dienstbetrekking staan; de formele gezagsverhouding is doorslaggevend.
Een coöperatie van melkveehouders heeft zes statutair bestuurders die allen IB-ondernemer zijn en vanuit hun eigen melkveebedrijf factureren aan de coöperatie. In januari 2020 voert de inspecteur een controle uit en constateert dat de statutair bestuurders in dienstbetrekking werken. Na een aanwijzing in het definitieve controlerapport van 21 juli 2020 sluit de coöperatie met elk van de bestuurders een overeenkomst van opdracht, gebaseerd op de door de Belastingdienst goedgekeurde modelovereenkomst ‘geen werkgeversgezag’. De inspecteur legt desondanks over de tijdvakken 1 juli 2020 tot en met 31 december 2020 en april 2021 tot en met november 2021 naheffingsaanslagen loonheffingen en een verzuimboete op. In geschil is of de statutair bestuurders in de onderhavige tijdvakken in dienstbetrekking stonden tot de coöperatie.
Formele gezagsverhouding is doorslaggevend
Hof Arnhem-Leeuwarden bevestigt de vaste rechtspraak van de Hoge Raad: bij de beoordeling van een gezagsverhouding tussen een natuurlijk persoon en een rechtspersoon geldt een formele benadering. Bepalend is dat de algemene ledenvergadering bevoegd is de statutair bestuurders te benoemen, te schorsen en te ontslaan. Dat de bestuurders zelfstandige melkveehouders zijn en dat de algemene ledenvergadering geen dagelijkse instructies geeft, doet daar niet aan af. De overeenkomsten van opdracht en het factureren vanuit de eigen IB-onderneming veranderen dat evenmin. Het hof ziet geen reden om aan te nemen dat de Hoge Raad in de Deliveroo- en Uber-arresten afstand heeft genomen van deze formele benadering voor gevallen als het onderhavige.
Pleitbaar standpunt sluit verzuimboete uit
Het hof vernietigt de verzuimboete. De coöperatie neemt een pleitbaar standpunt in: in de fiscaaljuridische literatuur bestaat twijfel over de vraag of de holistische benadering uit het Groen/Schoevers-arrest ook relevant kan zijn voor de kwalificatie van de arbeidsrelatie van statutair bestuurders. Mede gelet op de lopende discussie over het ondernemerschap als relevante omstandigheid – zichtbaar in de Deliveroo-procedure – acht het hof het standpunt naar objectieve maatstaven voldoende verdedigbaar. Dat is voldoende voor een pleitbaar standpunt, ook al slaagt de coöperatie inhoudelijk niet.
Wet: art. 10 Wet LB 1964 en art. 67c AWR
Bron: Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 31-03-2026, ECLI:NL:GHARL:2026:2011, 23/3046 tm 23/3054 | NDFR
GenIA-L jurisprundentieonderzoek
Vind en analyseer relevante rechtspraak in minuten. Een uitspraak van vandaag is vanaf morgen te vinden in GenIA-L!





Geef een reactie