• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Belastingplan
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

A-G: beperkte mogelijkheid box 3-herstel bij laat bezwaar

25 april 2022 door Remco Latour

verschillen in belastingzaken bij verschillende rechtbanken

Advocaat-generaal Niessen meent dat belastingplichtigen die te laat in bezwaar zijn gegaan tegen de vermogensmix in beginsel geen recht op rechtsherstel hebben. Dit is alleen anders als het late bezwaarschrift al vóór het Kerstarrest is aangemerkt als een verzoek om ambtshalve vermindering.

In zijn conclusie van 24 februari 2022, 21/04407, NTFR 2022/985, is Advocaat-generaal (A-G) Niessen ingegaan op de gevolgen van het Kerstarrest. Zie NTFR 2022/985, ‘A-G: Alleen rechtsherstel box 3-heffing vanaf 2017’ en NTFR 2022/37. Inmiddels is de A-G met een aanvullende conclusie gekomen, waarin hij ingaat op een belangrijke vraag. Dit is de vraag of belastingplichtigen die niet (tijdig) bezwaar hebben ingediend tegen de box 3-heffing vanaf 2017 ook recht hebben op rechtsherstel.

Ambtshalve vermindering

In beginsel kan een belastingplichtige die niet tijdig in bezwaar is gegaan tegen een te hoge belastingaanslag een verzoek om ambtshalve vermindering indienen. De ambtshalve vermindering van een aanslag inkomstenbelasting kan uitsluitend plaatsvinden op grond van artikel 9.6 Wet IB 2001. Hierbij zijn onderdelen a en b van artikel 45aa van de Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001 relevant. Hierin is bepaald dat de inspecteur een te hoge aanslag IB/PVV niet ambtshalve vermindert als:

  • vijf jaren zijn verstreken sinds het einde van het kalenderjaar waarop de aanslag betrekking heeft; of
  • de onjuistheid van de belastingaanslag voortvloeit uit rechtspraak die te laat is. Rechtspraak is in dit verband te laat als de uitspraak is gewezen nadat de belastingaanslag onherroepelijk vaststaat. Deze situatie doet zich voor bij veel belastingplichtigen die niet of te laat in bezwaar zijn gegaan. De Minister van Financiën kan echter een uitzondering maken op de regel dat een ambtshalve vermindering achterwege blijft bij te late rechtspraak. De A-G bespreekt diverse argumenten voor en tegen het maken van deze uitzondering. Uiteindelijk concludeert hij dat de fiscus niet verplicht is om de aanslagen ambtshalve te verminderen.

Laat bezwaar is al aangemerkt als ambtshalve vermindering

De uitkomst verandert als een belastingplichtige te laat in bezwaar is gegaan en zijn bezwaarschrift in de periode vóór het Kerstarrest is aangemerkt als een verzoek tot ambtshalve vermindering. Deze situatie deed zich ook voor in de cassatieprocedure die de A-G nu behandelt. Uit de rechtspraak vóór het indienen van het verzoek om ambtshalve vermindering volgde al dat de aanslag IB/PVV onjuist was. De kern van deze eerdere rechtspraak is ongewijzigd. Het Kerstarrest verbindt alleen aan de strijdigheid met de fundamentele rechten een ruimer rechtsherstel. Bovendien is in deze situatie volgens de A-G geen sprake van een onherroepelijke aanslag zolang de weg van de ambtshalve aanslag nog openstaat. Daarom adviseert de A-G de Hoge Raad om het desbetreffende cassatieberoep gegrond te verklaren.

Verdrag: art. 13 en 14 EVRM

Protocol: art. 1 EP EVRM

Wet: art. 65 AWR en art. 5.2 en 9.6 Wet IB 2001

Regeling: art. 45aa, onderdeel b Uitv reg IB 2001

Bron: Parket bij de Hoge Raad 24 maart 2022 april 2022 (gepubliceerd 21 april 2022), ECLI:NL:PHR:2022:293, 21/04407

Filed Under: Financiële planning, Fiscaal nieuws, Nieuws

Reageer
Vorige artikel
Vooraankondiging arresten Hoge Raad 29 april 2022
Volgende artikel
Maatregel overdrachtsbelasting heeft effect

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

echtscheiding

Tariefbeperking pensioenverrekening niet discriminerend

De Hoge Raad oordeelt dat de tariefbeperking voor aftrek van doorbetaald pensioen bij een scheiding van vóór 1 mei 1995 niet in strijd is met het discriminatieverbod. Pensioenverrekening volgens het arrest Boon/Van Loon en pensioenverevening op grond van de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding zijn voor deze regeling geen gelijke gevallen.

lijfrente

Standpunt looptijd bancaire nabestaandenlijfrente voor kind dat bijna 30 jaar is

De Kennisgroep verzekeringsproducten en assurantiebelasting heeft vragen beantwoord over de looptijd van een bancaire nabestaandenlijfrente wanneer het tegoed door overlijden van de rekeninghouder toekomt aan een kind dat bijna dertig jaar oud is.

wet excessief lenen

Kabinet zoekt breed draagvlak voor aanpassing box 3

Het kabinet wil zo snel mogelijk tot concrete en breed gedragen voorstellen voor box 3 komen, maar ziet dat de steun voor aanpassingen en de dekking daarvan sterk uiteenloopt. Minister Heinen en staatssecretaris Eerenberg leggen vier scenario’s voor en vragen om uitstel van de behandeling van de Wet werkelijk rendement box 3.

AOW-premie

Minister Vijlbrief informeert Kamer over pensioenonderwerpen

Minister Vijlbrief informeert de Tweede Kamer over verschillende pensioenonderwerpen, waaronder de verrekening van pensioen met uitkeringen, de informatierechten van gepensioneerden bij internationale waardeoverdracht en buitenlandse pensioenuitvoerders. Ook loopt de evaluatie van werknemers zonder pensioen vertraging op.

Kamer wil vastgoedregime box 3 achter de hand houden

De Tweede Kamer wil dat het kabinet het voorgestelde realisatieregime voor vastgoed in box 3 gereedhoudt voor het geval de Wet werkelijk rendement box 3 (Wwr) niet doorgaat. Een motie van Kamerlid Hoogeveen met die strekking is aangenomen.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Masterclass Vermogen in box 1, 2 en 3: de afwegingen

Online cursus toepassing box 3 in de praktijk

Masterclass Actualiteiten vermogensstructurering 2025

Future Fit Professionals

Specialisatieopleiding Vermogensstructurering

AGENDA

Stoomcursus Erfrecht – Civiel en fiscaal – Het hele erfrecht in één dag!  | PE Accreditatie

Basiscursus Estate planning | PE Accreditatie

Specialisatieopleiding Vermogensstructurering

Specialisatieopleiding Estate Planning | PE Accreditatie

Webinar Fiscale wijzigingen 2027 | PE Accreditatie

Online cursus Btw-aangifte | PE Accreditatie

Online cursus Staken van de onderneming: (turbo)liquidatie, WHOA liquidatie akkoord | PE Accreditatie

Masterclass Overdrachtsbelasting | PE Accreditatie

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Online cursus Technisch aanmerkelijk belang | PE Accreditatie

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

Aanmelden

 

×