De minister van Infrastructuur en Waterstaat verduidelijkt de toepassing van de Wet vrachtwagenheffing op bestelauto’s tot 3.500 kg, met name op teruggekeurde N2-voertuigen.
Hij bevestigt dat de heffing wordt bepaald op basis van de Europese voertuigcategorie en de technische maximummassa, niet op de verlaagde toegestane maximummassa.
Tijdens het commissiedebat duurzaam vervoer wees Kamerlid Goudzwaard (JA21) op bestelauto’s die formeel zijn teruggekeurd tot onder de 3.500 kg, en vroeg of deze toch onder de vrachtwagenheffing vallen. De minister licht toe dat bij terugkeuren van een vrachtwagen de toegestane maximummassa wordt verlaagd tot 3.500 kg of lager, onder meer zodat met rijbewijs B gereden mag worden. De technische maximummassa en de Europese voertuigcategorie blijven echter ongewijzigd; het blijft een N2‑voertuig.
De Wet vrachtwagenheffing is geharmoniseerd met de Europese voertuigindeling en geldt vanaf 1 juli 2026 voor binnen- en buitenlandse vrachtwagens in de categorieën N2 en N3, met een technische maximummassa van meer dan 3.500 kg. N2‑vrachtwagens die zijn teruggekeurd tot een toegestane maximummassa van maximaal 3.500 kg vallen daarmee expliciet ook onder de vrachtwagenheffing. De RDW heeft alle eigenaren van N2‑ en N3‑voertuigen, inclusief teruggekeurde N2‑voertuigen, hierover per brief geïnformeerd. De minister wijst erop dat in veel andere EU‑landen, zoals Duitsland en Oostenrijk, de vrachtwagenheffing eveneens geldt voor alle voertuigen met een technische maximummassa van meer dan 3.500 kg.
Op de vraag of het proportioneel is dat “exact dezelfde bestelauto” bij hetzelfde gebruik te maken kan krijgen met een lastenstijging van 400%, antwoordt de minister dat per 1 juli 2026 de vrachtwagenheffing start en alle N2‑ en N3‑voertuigen vanaf dat moment per gereden kilometer gaan betalen. De feitelijke lastenontwikkeling hangt volgens hem af van de milieukenmerken van het voertuig en het aantal kilometers dat over het heffingsnetwerk wordt gereden.
In de huidige situatie betalen vrachtwagens motorrijtuigenbelasting (mrb). Voor teruggekeurde vrachtwagens tot 3.500 kg bedraagt dit in 2026 € 269 per drie maanden, exclusief fijnstoftoeslag. Na de start van de vrachtwagenheffing vervalt de mrb voor vrachtwagens tot 12.000 kg geheel: vanaf het eerste volledige tijdvak na 1 juli 2026 geldt een nihiltarief. In plaats daarvan wordt per kilometer betaald op alle snelwegen en op een deel van de provinciale en gemeentelijke wegen. In de laagste gewichtsklasse bedraagt de heffing € 0,113 per kilometer voor een gangbare euro‑6 dieselvrachtwagen (prijspeil 2026). Emissievrije vrachtwagens tot 4.250 kg worden volledig vrijgesteld van de vrachtwagenheffing.





Geef een reactie