• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

NTFR
  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Inhoudingsvrijstelling geweigerd bij misbruik Moeder-dochterrichtlijn

18 februari 2026 door Sharog Susani

luxemburg

Hof ’s-Hertogenbosch oordeelt dat een Luxemburgse tussenhoudster is tussengeschoven om Nederlandse dividendbelasting te ontlopen. De inhoudingsvrijstelling van artikel 4 Wet op de dividendbelasting 1965 (Wet DB 1965) is daarom terecht geweigerd wegens misbruik van Unierecht.

Een Nederlandse bv keert in 2015 en 2017 aanzienlijke dividenden uit. De oorspronkelijke aandeelhouder is een op de Kaaimaneilanden gevestigde limited partnership. Kort vóór de eerste dividenduitkering wordt een Luxemburgse s.à.r.l. opgericht. De aandelen in de Nederlandse bv worden aan deze Luxemburgse vennootschap overgedragen. Vervolgens keert de bv dividenden uit zonder inhouding van dividendbelasting op grond van de inhoudingsvrijstelling van artikel 4 lid 2 Wet DB 1965. Vrijwel het gehele bedrag – in totaal 99,84% – wordt via rente, aflossing en inkoop van aandelen doorbetaald aan de achterliggende aandeelhouder. De inspecteur legt naheffingsaanslagen dividendbelasting op over 2015 en 2017. In geschil is of de inhoudingsvrijstelling terecht is toegepast.

Misbruik van Unierecht

Het hof sluit zich aan bij het oordeel van de rechtbank Zeeland-West-Brabant dat sprake is van misbruik van Unierecht zoals bedoeld in het arrest T-Danmark van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU). De inhoudingsvrijstelling vormt een implementatie van de Moeder-dochterrichtlijn (Richtlijn 2011/96/EU) en levert daarmee een Unierechtelijk voordeel op.

Volgens het hof is zowel aan het objectieve als het subjectieve misbruikelement voldaan. De Luxemburgse vennootschap verricht geen reële economische activiteiten: zij houdt enkel de aandelen, ontvangt dividend en betaalt dit vrijwel geheel door. Er is nauwelijks substance, geen zelfstandige bedrijfsvoering en de timing – oprichting vlak vóór de dividenduitkering – wijst op een kunstmatige constructie. Zonder tussenschakeling zou 15% dividendbelasting verschuldigd zijn geweest. Dat het arrest T-Danmark pas in 2019 is gewezen, doet daar niet aan af. Het Unierechtelijk misbruikbeginsel gold ook al in 2015 en 2017.

Ook nationaal geen vrijstelling

Daarnaast oordeelt het hof dat de vrijstelling ook op grond van artkel 4 lid 4 Wet DB 1965 kan worden geweigerd, omdat de Luxemburgse vennootschap niet de uiteindelijk gerechtigde is. De specifieke dividendstrippingbepaling van artikel 4 lid 7 Wet DB 1965 is hier niet rechtstreeks van toepassing, maar dat staat weigering van de vrijstelling via lid 4 niet in de weg.

De naheffingsaanslagen zijn terecht opgelegd aan de inhoudingsplichtige en niet aan de Luxemburgse vennootschap. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel, het gelijkheidsbeginsel en artikel 1 van het Eerste Protocol bij het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EP EVRM) slaagt niet. Alleen de belastingrente over 2015 wordt verminderd wegens een rekenfout.

Wet: art. 4 Wet op de dividendbelasting 1965

Bron: Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch, 24-12-2025, ECLI:NL:GHSHE:2025:3712, 22/1144 en 22/1145 | NDFR

Filed Under: Dividendbelasting en EU-Spaarrenterichtlijn, Fiscaal nieuws, Internationaal & Europees recht, Nieuws, Vpb & Div.bel

Reageer
Vorige artikel
Lening via eigen bv met te lange looptijd geen eigenwoningschuld
Volgende artikel
Btw-herziening op vastgoeddiensten vanaf 2026

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

Standpunt kwalificatie Ierse DAC

De Kennisgroep belastingplicht en kwalificatie rechtsvormen heeft de vraag beantwoord met welke Nederlandse rechtsvorm een Ierse Designated activity company limited by shares vergelijkbaar is.

Economisch belang doorslaggevend voor aanmerkelijk belang na Panama-papers

A-G Koopman concludeert dat een belastingplichtige ook zonder juridisch aandeelhouderschap een aanmerkelijk belang kan hebben als hij het volledige economische belang bij de aandelen houdt. Het cassatieberoep moet daarom ongegrond worden verklaard.

nob commentaar invorderingsrente

Gevolgen arrest HR over verhoogd percentage belastingrente

De Hoge Raad heeft geoordeeld dat het verhoogde percentage belastingrente voor de vennootschapsbelasting in strijd is met algemene rechtsbeginselen en daarom onverbindend is. De staatssecretaris van Financiën schetst de gevolgen voor belastingplichtigen, de massaalbezwaarprocedures en de uitvoering door de Belastingdiens

Lucratief belang valt niet onder arbeidsartikel verdrag

Dividend en vervreemdingswinst uit een lucratief belang van een in Duitsland wonende werknemer vallen onder het dividend- en vermogenswinstartikel van het verdrag, niet onder het arbeidsartikel.

Pillar2

Standpunt kwalificatie werkzaamheden op verschillende locaties in Nederland onder oud belastingverdrag

De Kennisgroep IBR Vpb & winst heeft de vraag beantwoord of werkzaamheden uitgevoerd met een verplaatsbare installatie op verschillende locaties in Nederland kwalificeren als een vaste inrichting voor de toepassing van een belastingverdrag dat dateert van voor het OESO-modelverdrag 1977 en bijbehorend OESO-commentaar.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Online cursus Wet Fiscaal Kwalificatiebeleid Rechtsvormen (incl. aanpassing FGR)

Masterclass Pillar 2 – Wet minimumbelasting 2024 (Pijler 2)

Verdiepingscursus Internationale aspecten loonheffing

Opleidingen

Online cursus afwaarderen & kwijtschelden van vorderingen

Online cursus Wet Fiscaal Kwalificatiebeleid Rechtsvormen (incl. aanpassing FGR)

PE-Pitstop Emigratie van de aanmerkelijk belanghouder

Masterclass Fiscale aspecten fusies & overnames

Online cursus Wet Fiscaal Kwalificatiebeleid Rechtsvormen (incl. aanpassing FGR)

AGENDA

Online cursus introductie participatieregelingen en lucratieve belangen

Online cursus Staken van de onderneming: (turbo)liquidatie, WHOA liquidatie akkoord

Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Congres Estate Planning 2026

Online cursus afwaarderen & kwijtschelden van vorderingen

Masterclass Management- en werknemersparticipatie

Masterclass Btw-processen in SAP S/4HANA

Online cursus Afwikkeling van overnameregelingen in firmacontract en statuten

Masterclass Actualiteiten vermogensstructurering 2026

Verdiepende AI training voor de fiscale praktijk

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Addify
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

×