Een energieleverancier die gas en elektriciteit levert aan tuinbouwbedrijven met meerdere productielocaties heeft voor vier van de tien afnemers recht op teruggaaf van energiebelasting. De inspecteur mag bij de berekening van de energiebelasting niet afwijken van afgegeven WOZ-beschikkingen.
Een energieleverancier levert gas en elektriciteit aan tien tuinbouwbedrijven met meerdere locaties en aansluitingen. Voor de energiebelasting wordt per aansluiting geheven, wat leidt tot een hogere belasting dan wanneer per onderneming wordt gerekend. De leverancier stelt dat sprake is van één aansluiting per onderneming, onder meer vanwege WOZ-beschikkingen waarin meerdere locaties als één onroerende zaak zijn aangemerkt. De inspecteur wijst dit af en houdt vast aan heffing per aansluiting. In geschil is of de inspecteur mag afwijken van WOZ-beschikkingen en of sprake is van een samenstel van onroerende zaken.
WOZ-beschikking bindt inspecteur
Hof ’s-Hertogenbosch oordeelt dat het Besluit van 28 juni 2019 de inspecteur verplicht om aan te sluiten bij de WOZ-beschikking. Als daarin één onroerende zaak is vastgesteld, moet voor de energiebelasting worden uitgegaan van één aansluiting. De inspecteur mag niet zelfstandig beoordelen of die beschikking juist is. Belastingplichtigen mogen vertrouwen op gepubliceerd beleid, ook als de uitkomst mogelijk afwijkt van een juiste wetstoepassing. Dit leidt ertoe dat voor vier ondernemingen recht bestaat op teruggaaf van energiebelasting.
Geen samenstel bij overige bedrijven
Voor de overige zes ondernemingen beoordeelt het hof zelfstandig of sprake is van een samenstel. Daarbij weegt het hof alle omstandigheden, zoals afstand tussen locaties, geografische samenhang en zelfstandige bruikbaarheid. Omdat de locaties kilometers uit elkaar liggen, niet fysiek verbonden zijn en zelfstandig functioneren en verhandelbaar zijn, is geen sprake van een samenstel. Dat er organisatorische samenhang bestaat, zoals centrale aansturing, is onvoldoende. Daarom blijft voor deze ondernemingen heffing per aansluiting in stand.
Wet: art. 47 Wbm en art. 16 Wet WOZ
Bron: Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch, 28-01-2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:186, 24/315 | NDFR




Geef een reactie