De inwerkingtreding van het keuzerecht bedrag ineens wordt uitgesteld naar 1 januari 2029. Minister Vijlbrief licht toe dat dit besluit samenhangt met de transitie van het pensioenstelsel en de uitvoerbaarheid voor pensioenuitvoerders.
Samenloop met pensioenstelsel bepalend
De commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid van de Eerste Kamer heeft besloten het wetsvoorstel pas plenair te behandelen wanneer duidelijkheid bestaat over de inwerkingtreding, mede in relatie tot de transitie van het pensioenstelsel.
De regering onderkent dat deze transitie “veel tijd en capaciteit vergt van pensioenuitvoerders”. Uit overleg met de Pensioenfederatie blijkt dat uitvoerders een duidelijke voorkeur hebben voor invoering van het keuzerecht ná afronding van deze transitie. De huidige combinatie van beide trajecten wordt als “uitdagend” ervaren.
Gegeven het belang dat het ministerie hecht aan een zorgvuldige implementatie van de transitie, evenals goede communicatie en keuzebegeleiding voor deelnemers, wil het kabinet niet voorbijgaan aan deze signalen uit de sector en het parlement.
Budgettaire gevolgen
Het uitstel van de invoering heeft ook financiële consequenties. De verschuiving van 1 juli 2026 naar 1 januari 2029 leidt tot een “budgettaire derving in 2026, 2027 en 2028”. Deze derving is verwerkt in het lastenpad zoals vastgesteld in de Voorjaarsnota 2026.
Met dit besluit kiest het kabinet voor uitvoerbaarheid en zorgvuldigheid boven snelheid, waarbij rekening wordt gehouden met de samenloop van grote stelselwijzigingen binnen het pensioenstelsel.





Geef een reactie