De minister van Financiën erkent dat de antiwitwasaanpak in de periode 2020–2024 beter kon en zet in op een meer risicogebaseerde en efficiënte aanpak. Tegelijk blijft het doel om lasten voor bonafide partijen te verlagen en barrières voor criminelen te verhogen.
In antwoord op Kamervragen schrijft de minster dat de antiwitwasaanpak in de onderzochte periode “in de praktijk beter kon”. Inmiddels is een nieuwe aanpak gepresenteerd met twee hoofddoelen: het verlagen van lasten voor bonafide burgers en bedrijven en het verhogen van barrières voor criminelen. Door deze doelen centraal te stellen wordt ingezet op een aanpak die zowel effectief als efficiënt is.
Meer focus op risico’s
Een belangrijke pijler is de risicogebaseerde benadering. Banken moeten hun inzet verhogen bij hoge risico’s en beperken waar risico’s lager zijn. In de praktijk blijkt dat deze benadering nog onvoldoende wordt toegepast, waardoor soms onnodige vragen worden gesteld en burgers zelfs discriminatie kunnen ervaren. Verbetering hiervan kan leiden tot minder regeldruk en lagere kosten.
De minister kan geen inschatting maken van de totale kosten die banken maken voor witwasbestrijding, noch van de effecten op de concurrentiepositie. Wel wordt benadrukt dat banken zelf verantwoordelijk zijn voor een proportionele uitvoering, onder toezicht van De Nederlandsche Bank (DNB).
Rol toezichthouders en FIU
De inzet van DNB en de Financial Intelligence Unit (FIU) wordt als proportioneel beschouwd, gezien hun verschillende rollen. De FIU analyseert meldingen risicogebaseerd en richt zich op de grootste risico’s; het analyseren van alle transacties is “geen doel op zich”. Tegelijk wordt gewerkt aan verbetering van datakwaliteit en een meer data-gedreven aanpak.
Ook wordt benadrukt dat signalen over streng toezicht vaak voortkomen uit Europese verplichtingen, en niet uit nationale keuzes. Nederland blijft inzetten op versterking van de risicogebaseerde aanpak, onder meer in Europees verband.
De minister ziet geen reden voor aanvullend onderzoek naar maatschappelijke organisaties, maar blijft in gesprek met betrokken partijen over neveneffecten zoals regeldruk en de-risking.





Geef een reactie