Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat een bv een vordering heeft op een beheerstichting en deze in 2020 mag afwaarderen. Van een onzakelijke lening is geen sprake, zodat de afwaardering ten laste van de winst komt.
Een bv is opgericht als investeringsvehikel voor vastgoedprojecten in Latijns-Amerika. Investeerders maken hun inleg over naar een beheerstichting, die de gelden tijdelijk beheert. De bv boekt deze bedragen als vooruitontvangen aandelenkapitaal en als vordering op de stichting. Een deel van het geld wordt op instructie van de bv doorbetaald aan een Braziliaanse dochter. Later blijkt dat de bestuurder van de stichting gelden onrechtmatig heeft onttrokken, waardoor de stichting niet meer kan terugbetalen. In geschil is of de bv een vordering heeft op de stichting en of zij deze mag afwaarderen in 2020.
Bestaan vordering op beheerstichting
Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat de bv een vordering heeft op de stichting. Uit het inschrijfformulier en de feitelijke gang van zaken volgt dat de gelden voor rekening en risico van de bv worden gehouden. De stichting beheert het geld slechts tijdelijk. De bv beschikt feitelijk over de gelden en verwerkt deze ook zo in haar administratie. Dat geen formele cessie heeft plaatsgevonden, doet daar niet aan af. Op het moment dat investeerders geld overmaken, ontstaat een rekening-courantvordering van de bv op de stichting.
Geen onzakelijke lening en afwaardering
Volgens de rechtbank maakt de inspecteur niet aannemelijk dat sprake is van een onzakelijke lening. De stichting was destijds een gebruikelijke en betrouwbaar geachte beheerpartij en er waren geen signalen van misstanden. Ook ontbreekt een aandeelhoudersmotief. Door onrechtmatige onttrekkingen kan de stichting haar verplichtingen niet meer nakomen, waardoor de vordering onvolwaardig wordt. De bv mag deze daarom in 2020 afwaarderen ten laste van haar winst. Het beroep is gegrond en de aanslag vennootschapsbelasting 2020 wordt verminderd.
Wet: art. 8 Wet Vpb 1969 en art. 3.25 Wet IB 2001
Bron: Rechtbank Noord-Holland, 23-12-2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:15819, AWB – 25 _ 1105 | NDFR





Geef een reactie