De staatssecretaris van Financiën heeft een besluit gepubliceerd met een actualisatie van het Verzamelbesluit lijfrenten en andere periodieke uitkeringen.
Dit besluit vervangt het besluit van 21 januari 2025, nr. 2024-375909, Stcrt. 2025, 3741
In dit besluit zijn de beleidsstandpunten opgenomen over de lijfrenteverzekering, de lijfrenterekening, het lijfrentebeleggingsrecht, de aftrek van premies voor lijfrenteverzekeringen en de aftrek van de inleg voor lijfrenterekeningen en lijfrentebeleggingsrechten als uitgaven voor inkomensvoorzieningen onder de Wet IB 2001. Ook zijn de beleidsstandpunten opgenomen over vóór 2001 gesloten lijfrenten en andere rechten op periodieke uitkeringen voor de toepassing van de Invoeringswet Wet inkomstenbelasting 2001. Daarnaast zijn beleidsstandpunten opgenomen over onderhoudsverplichtingen in de vorm van verrekening van pensioenrechten.
De wijzigingen betreffen:
- De goedkeuringen in de onderdelen 2.4 (herstel (foutieve) overboeking naar lijfrenterekening of lijfrentebeleggingsrecht) en 2.5 (geruisloze terugstorting van te veel betaalde premie of te hoge inleg) zijn vervallen;
- In onderdeel 4.4 is een goedkeuring opgenomen voor de toedeling lijfrenterekening in het kader van de verdeling huwelijksgemeenschap na overlijden;
- In onderdeel 7.3 is een goedkeuring opgenomen voor Brede Herwaarderingslijfrenteverzekeringen over de ingangsdatum na overschrijding van de wettelijke termijn;
- In onderdeel 8 is een goedkeuring opgenomen met betrekking tot de wettelijke termijn voor Pre Brede Herwaarderingslijfrenten met een contractueel overeengekomen einddatum na het jaar van de AOW-gerechtigde leeftijd;
- In onderdeel 10 is een standpunt opgenomen over lijfrente of arbeidsongeschiktheidsverzekering in het jaar van immigratie;
- De goedkeuring in onderdeel 13 (verrekening van pensioenrechten door ex-samenwoners) is uitgebreid tot periodieke uitkeringen.
Dit besluit treedt in werking met ingang van 14 april 2026 en werkt terug tot en met de dagtekening van het besluit, met uitzondering van onderdelen 7.3 en 8. Deze onderdelen werken terug tot en met 1 januari 2026.
Het besluit van 21 januari 2025, nr. 2024-375909 is ingetrokken met ingang van de inwerkingtreding van dit besluit.
Bron: Besluit van 31 maart 2026 nr. 2026-48474, Ministerie van Financien, Stcrt. 2026, 14092





Geef een reactie