Het kabinet ziet dat fiscale en beleidsmatige factoren bijdragen aan een verslechterd investeringsklimaat voor woningbouw.
De minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en de staatssecretaris van Financiën gaan in op de gevolgen van de redemptieverzoeken bij Vesteda en de bredere impact op de woningmarkt. Bij Vesteda is voor € 4,1 miljard aan indicatieve redemptieverzoeken ingediend, wat overeenkomt met ongeveer 52% van het eigen vermogen. Om hieraan te voldoen kan Vesteda onder meer huurwoningen verkopen, nieuwe investeerders aantrekken of meer vreemd vermogen inzetten.
Het kabinet erkent dat dit kan leiden tot verkoop van huurwoningen en een krimp van het middenhuursegment. Ook wordt verwacht dat Vesteda minder nieuwbouw kan realiseren, wat “zorgen baart omdat een gezonde voorraad aan (midden)huurwoningen bijdraagt aan een goed functionerende woningmarkt”.
Rol van fiscale maatregelen
De afname van investeringen wordt volgens het kabinet veroorzaakt door een “complex samenspel van factoren”, waaronder wijzigingen in het huur- en fiscaal beleid en macro-economische omstandigheden. Fiscale maatregelen zoals de afschaffing van de directe FBI-structuur voor vastgoed, de earningsstrippingmaatregel en de hoogte van de overdrachtsbelasting hebben effect op investeringen, maar een cumulatieve doorrekening ontbreekt.
Wel werkt het kabinet aan verbetering van het investeringsklimaat. Zo is het voornemen om het tarief van de overdrachtsbelasting voor investeerders te verlagen naar 7% en wordt gekeken of de voorwaarden voor de pensioenfondsvrijstelling gemoderniseerd kunnen worden.
Fiscale behandeling pensioenfondsen
De Wet op de vennootschapsbelasting 1969 maakt geen onderscheid tussen binnenlandse en buitenlandse pensioenfondsen. Buitenlandse fondsen kunnen gebruikmaken van de vrijstelling, mits zij “(nagenoeg) uitsluitend” pensioenregelingen uitvoeren die naar aard en strekking overeenkomen met Nederlandse regelingen.
In de praktijk geldt een toets aan twaalf cumulatieve criteria uit het beleidsbesluit. Sinds 2019 zijn 30 verzoeken om vooroverleg gedaan, waarvan 9 zijn toegewezen. Het kabinet erkent dat de beoordeling bewerkelijk kan zijn, mede doordat buitenlandse regelingen vaak niet exact overeenkomen met Nederlandse.
Het kabinet benadrukt dat bij deze toetsing het Europese beginsel van vrij verkeer van kapitaal in acht moet worden genomen. Tegelijkertijd blijft maatwerk noodzakelijk om te voorkomen dat fondsen die feitelijk op beleggingsfondsen lijken, onterecht onder de vrijstelling vallen.
Op de vraag of momenteel onderzocht wordt of een REIT-achtig regime voor Nederlandse
woningen kan bijdragen aan het aantrekken van internationaal institutioneel kapitaal is het antwoord nee.
Met de wijziging van het fbi-regime per 1 januari 2025 wordt voorkomen dat in bepaalde gevallen geen Nederlandse belasting wordt geheven over winsten uit Nederlands vastgoed. Het terugdraaien van de aanpassing van het fbi-regime zou betekenen dat in bepaalde gevallen buitenlandse investeerders al dan niet onbedoeld opnieuw Nederlandse belastingheffing zouden kunnen ontlopen. Dit acht het kabinet geen evenwichtige situatie.
Tot slot onderstreept het kabinet dat buitenlandse investeerders essentieel zijn voor de woningbouwopgave. Om het investeringsklimaat te verbeteren wordt gewerkt aan aanpassingen in wet- en regelgeving en aan een taskforce Versnelling Woningbouw.
Meerdaagse opleiding Vastgoedfiscaliteiten
Gedurende drie dagen krijg je uitleg over verschillende onderdelen waaronder btw en vastgoed, overdrachtsbelasting en winstbepaling. Naast de uitleg van deze vier experts is er ook voldoende ruimte om vragen te stellen en eventuele praktijkcases te bespreken, zodat je weloverwogen keuzes kunt maken en jouw klanten van gedegen advies kan voorzien.





Geef een reactie