Minister Boekholt- O’Sullivan beantwoordt Kamervragen over het bericht ‘Vesteda poogt massale uitstroom beleggers uit woningfonds te beperken’.
Het kabinet ontvangt vanuit de vastgoedsector signalen dat de vele en snel opeenvolgende wijzigingen in het huur- en fiscale beleid hebben geleid tot instabiliteit en onvoorspelbaarheid op de woningmarkt. Hierdoor is het investeringsklimaat voor woningbouw volgens marktpartijen minder aantrekkelijk geworden. Daarbij spelen ook macro-economische factoren een belangrijke rol. Zo geven investeerders aan dat stijgende rente en hogere bouwkosten het steeds moeilijker maken om investeringen in woningen rendabel te krijgen.
Afname buitenlandse investeerders
De afname van buitenlandse investeerders in nieuwbouw huurwoningen is een recente ontwikkeling. In 2022 kwam 32% van alle investeringen in nieuwbouw door private investeerders – dus exclusief de investeringen van woningbouwcorporaties – nog uit het buitenland. Dit is in 2025 gedaald naar 1%. Het vertrek van buitenlandse investeerders uit de Nederlandse woningmarkt is een zorgelijke ontwikkeling, omdat Nederland voor een grote nieuwbouwopgave staat in de huursector, waar veel investeringen voor nodig zijn. Nederlandse investeerders, private partijen en woningcorporaties gezamenlijk, hebben onvoldoende kapitaal om deze opgave in te vullen en dus zijn buitenlandse investeringen essentieel.
Volgens het kabinet is het investeringsklimaat afhankelijk van een complex samenspel van factoren, waaronder huurbeleid, fiscale regelgeving en economische omstandigheden. Om het investeringsklimaat te verbeteren werkt het kabinet aan verschillende maatregelen. Zo is het voornemen om de overdrachtsbelasting voor investeerders te verlagen naar 7 procent. Daarnaast wil het kabinet de Wet betaalbare huur al vóór de geplande evaluatie aanpassen om het aanbod van huurwoningen op peil te houden.
Ook zijn eerder al fiscale maatregelen genomen om investeringen aantrekkelijker te maken. Zo heeft het vorige kabinet de earningsstrippingmaatregel versoepeld. Hierdoor is het maximale percentage renteaftrek verhoogd van 20 naar 24,5 procent van de gecorrigeerde winst. Tegelijkertijd onderzoekt het kabinet of de effecten van deze maatregel voor vastgoedbedrijven beter in kaart kunnen worden gebracht, mede op basis van aanbevelingen uit het SEO-onderzoek naar het investeringsklimaat voor middenhuur.
Modernisering pensioenfondsvrijstelling
Daarnaast wordt gekeken naar mogelijke modernisering van de pensioenfondsvrijstelling in de vennootschapsbelasting. Daarbij wordt onderzocht of de huidige voorwaarden nog aansluiten bij de praktijk, vooral voor buitenlandse pensioenfondsen. In de praktijk blijkt het namelijk lastig om buitenlandse pensioenregelingen goed te vergelijken met Nederlandse regelingen.
Verder erkent het kabinet dat de wijziging van het fiscale beleggingsinstellingenregime (fbi-regime) een knelpunt vormt voor vastgoedbeleggingen. Het kabinet wil deze wijziging echter niet terugdraaien, omdat buitenlandse investeerders dan mogelijk opnieuw Nederlandse belastingheffing zouden kunnen vermijden. Ook de introductie van een alternatief REIT-regime wordt ingewikkeld geacht vanwege verschillende fiscale en juridische aandachtspunten.
Om aanvullende oplossingen te ontwikkelen heeft het kabinet de Ministeriële Taskforce Versnelling Woningbouw ingesteld. Deze taskforce werkt aan een integraal plan om het investeringsklimaat voor nieuwe betaalbare huurwoningen te verbeteren. Daarbij wordt ook gekeken naar mogelijkheden voor staatssteun voor middenhuur. De Europese Commissie heeft eind 2025 ruimte gecreëerd om dergelijke steun toe te passen. Het kabinet onderzoekt momenteel hoe deze mogelijkheden kunnen worden ingevuld en wil vóór de zomer met een plan van aanpak komen. De gekozen aanpak zal vervolgens worden verwerkt in een wijziging van de Woningwet.





Geef een reactie