Rechtbank Noord-Nederland oordeelt dat bezorgwerkzaamheden geen bron van inkomen vormen als een objectieve voordeelsverwachting ontbreekt. De inspecteur mag het verlies daarom buiten aanmerking laten.
Een man is in 2020 in loondienst bij twee werkgevers en bezorgt daarnaast een huis-aan-huisblad. In zijn aangifte ib/pvv 2020 neemt hij een negatief resultaat uit die bezorgwerkzaamheden op. De opbrengsten bedragen € 4.499, terwijl de lasten uitkomen op € 11.616. De inspecteur accepteert het verlies niet en legt de aanslag op naar alleen het loon uit dienstbetrekking. In geschil is of de bezorgwerkzaamheden in 2020 een bron van inkomen zijn.
Geen redelijke winstverwachting
De rechtbank stelt vast dat alleen de objectieve voordeelsverwachting ter discussie staat. De man behaalt eerst lage positieve resultaten, maar draait vanaf 2017 verlies. Ook in 2020 en de jaren daarna blijkt niet dat hij het opgebouwde verlies kan goedmaken. Dat volgens hem sprake is van incidentele kosten, maakt dit niet anders. Zelfs zonder de afboeking van dubieuze debiteuren blijft het resultaat negatief. Daarom is geen sprake van een bron van inkomen.
Geen vertrouwen door fout
Het beroep op het vertrouwensbeginsel slaagt niet. De vermelding van niet-benutte zelfstandigenaftrek op de aanslag betekent niet dat de inspecteur bewust een standpunt heeft ingenomen. Uit de correspondentie blijkt juist dat de inspecteur geen winst uit onderneming wil toestaan. De rechtbank ziet de vermelding daarom als een vergissing. Het beroep is ongegrond.
Wet: art. 3.8 en art. 3.90 Wet IB 2001
Bron: Rechtbank Noord-Nederland, 26-05-2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:2242, LEE 25/4530 | NDFR





Geef een reactie