De Kennisgroep successiewet heeft een vraag beantwoord over onder welke omstandigheden sprake is van een schenking bij de aflossing van een overbedelingsschuld door een langstlevende ouder.
X en Y hebben één kind Z. X overlijdt in 2022 zonder een testament te hebben gemaakt. Y en Z zijn ieder voor gelijke delen erfgenaam van de nalatenschap van X van € 200.000. Op grond van het wettelijk erfrecht worden alle goederen uit de nalatenschap aan Y toegedeeld en krijgt Z een onderbedelingsvordering op Y ter grootte van zijn erfdeel van € 100.000. Deze vordering is opeisbaar als Y overlijdt, maar mag te allen tijde eerder door Y worden afgelost (artikel 4:17 BW).
Vijf jaar na het overlijden van X wil Y door betaling van de schuld af. Y is dan 71 jaar oud en heeft een statistische levensverwachting van 15 jaar. Y verkeert dan in een normale gezondheid. Stel dat in dat jaar de marktrente van artikel 38p, eerste lid, van de Wet LB 1964 3% bedraagt.
Vraag
Kan sprake zijn van een schenking als een uit de wettelijke verdeling voortvloeiende uitgesteld opeisbare overbedelingsschuld wordt afgelost tegen de nominale waarde?
Antwoord
Ja. Van een schenking kan sprake zijn als de langstlevende ouder een hoger bedrag aflost dan de contante waarde van de schuld (eventueel inclusief de schuldig gebleven rente).
Om de contante waarde te bepalen, moet de nominale waarde van de schuld tegen een zakelijke rente contant worden gemaakt. De Belastingdienst hanteert hiervoor de marktrente genoemd in artikel 38p, eerste lid, Wet LB 1964.
Als de schuld een rente draagt en dit is een samengestelde rente die gelijk is aan of hoger dan deze marktrente, leidt het aflossen van de nominale waarde van de opgerente overbedelingsschuld niet tot een schenking. In dat geval kan het berekenen van de contante waarde achterwege worden gelaten.
De contante waarde dient wel te worden berekend als de vordering:
- geen rente,
- een enkelvoudige rente of
- een samengestelde rente die lager is dan de marktrente van artikel 38p, eerste lid, Wet LB 1964, draagt.
Bron: Belastingdienst, 22 juni 2026
Basiscursus Estate planning
In een dag alle aspecten van estate planning
Estate planning is in de afgelopen jaren een vast onderdeel geworden van de advisering. Bij estate planning spelen primair fiscale, civielrechtelijke en emotionele aspecten een belangrijke rol. De wetgeving en jurisprudentie rondom estate planning is voortdurend in beweging en dat vraagt veel van je als adviseur.
Maak kennis met de estate planning en weet hoe je jouw client civiel en fiscaal bij kunt staan.
In deze basiscursus worden alle relevante aspecten van de estate planning (schenking, huwelijkse voorwaarden, testament, levensverzekeringen, internationaal) vanuit zowel een civielrechtelijk als fiscaal perspectief behandeld.
De cursus biedt de mogelijkheid om kennis te maken met het ‘denken’ als estate planner, en is een uitstekende voorbereiding op de Specialisatieopleiding Estate planning.





Geef een reactie