Nederland en Zweden hebben op 24 juni 2026 een nieuw belastingverdrag ondertekend. Het verdrag vervangt het oude verdrag uit 1991 en moderniseert de bestaande afspraken tussen beide landen.
Een belangrijke wijziging is dat Nederland voortaan belasting mag heffen over alle in Nederland opgebouwde pensioenen. Dat geldt dus niet alleen voor pensioenen uit de publieke sector en sociale zekerheidsuitkeringen, zoals de AOW, maar ook voor pensioenen uit de private sector. Hierdoor wordt het onderscheid tussen verschillende soorten pensioeninkomen kleiner en wordt belasting over Nederlands pensioen ook in Nederland geheven, ook wanneer dat pensioen in Zweden wordt uitgekeerd.
Naast de afspraken over pensioeninkomsten bevat het verdrag ook bepalingen over belastingheffing bij burgers en bedrijven. Die moeten dubbele belasting helpen voorkomen en zorgen voor meer duidelijkheid voor belastingplichtigen.
Verder bevat het verdrag maatregelen om verdragsmisbruik tegen te gaan. Daarmee voldoet het aan de minimumstandaarden uit het internationale BEPS-project van de OESO en de G20. Ook zijn aanvullende bepalingen opgenomen om misbruik verder te beperken.
Een ander belangrijk onderdeel is de mogelijkheid van verplichte en bindende arbitrage wanneer Nederland en Zweden geen overeenstemming bereiken over de uitleg van het verdrag in een concreet geval. Onafhankelijke arbiters kunnen dan een bindende beslissing nemen. Dat vergroot de rechtszekerheid voor belastingplichtigen en helpt dubbele belasting te voorkomen.
Voordat het verdrag in werking treedt, wordt het eerst voorgelegd aan de Raad van State voor advies. Daarna volgt behandeling in het parlement ter goedkeuring.






Geef een reactie