Rechtbank Gelderland oordeelt dat de inspecteur het motiveringsbeginsel schendt door in de uitspraak op bezwaar niet te beslissen op het box 3-bezwaar. De zaak wordt dan ook teruggewezen.
Een man krijgt voor 2022 een definitieve aanslag IB/PVV opgelegd die afwijkt van zijn aangifte. Ook legt de inspecteur een verzuimboete op. De man maakt bezwaar tegen de boete en de box 3-heffing, maar de inspecteur beslist alleen op de boete. In geschil is of de inspecteur het box 3-bezwaar onbehandeld mocht laten.
Motiveringsbeginsel geschonden
De man vindt dat de box 3-heffing in strijd is met Europees recht. Op dit bezwaarpunt is de inspecteur in zijn uitspraak op bezwaar niet ingegaan. De inspecteur erkent dat hij dat ten onrechte heeft nagelaten, concludeert op dit punt tot een gegrond beroep en verzoekt om terugwijzing. De rechtbank oordeelt dat het motiveringsbeginsel is geschonden en vernietigt de uitspraak op bezwaar voor zover daarin niet is beslist op het box 3-bezwaar. Omdat zij op grond van de gedingstukken geen mogelijkheid ziet om zelf inhoudelijk in de zaak te voorzien, wijst de rechtbank de zaak terug naar de inspecteur, zodat deze opnieuw op het bezwaar kan beslissen. De inspecteur moet het griffierecht van € 53 aan de man vergoeden.
De rechtbank beoordeelt ook of de verzuimboete terecht en niet tot een te hoog bedrag is opgelegd. Tijdens de zitting komen partijen overeen dat de boete naar € 150 gaat. Alleen al hierom is het beroep gegrond.
Wet: art. 5.2 Wet IB 2001
Bron: Rechtbank Gelderland, 05-06-2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:4500, AWB – 25 _ 3228 | NDFR





Geef een reactie