De transitie naar het nieuwe pensioenstelsel bevindt zich in een beslissende fase. Minister Vijlbrief schetst de actuele stand van zaken en benadrukt dat alle betrokken partijen de komende anderhalf jaar de noodzakelijke stappen moeten zetten om uiterlijk op 1 januari 2028 aan de Wet toekomst pensioenen te voldoen.
De Wet toekomst pensioenen is sinds 1 juli 2023 van kracht en de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel is in volle gang. Inmiddels hebben ruim 10 miljoen actieve deelnemers, gewezen deelnemers en pensioengerechtigden de overstap gemaakt naar het nieuwe stelsel. Dat is 55% van alle deelnemers bij pensioenfondsen. Naar verwachting loopt dit aandeel medio 2027 op tot circa 96%. De minister ziet daarom geen aanleiding om de uiterste transitiedatum van 1 januari 2028 te wijzigen en volgt hierin het advies van de regeringscommissaris.
Werkgevers moeten nu doorpakken
Voor werkgevers met een pensioenregeling bij een verzekeraar of premiepensioeninstelling (PPI) blijft de opgave groot. Per 1 januari 2026 is 32% van de contracten aangepast aan de nieuwe pensioenregels. Dat betekent dat nog ongeveer 44.000 contracten moeten worden omgezet. Vooral kleinere werkgevers worden opgeroepen snel keuzes te maken. Samen met werkgeversorganisaties, verzekeraars, PPI’s en adviseurs zet het ministerie daarom extra in op het activeren en ondersteunen van werkgevers. Niet tijdig omzetten kan grote financiële gevolgen hebben voor werkgevers en werknemers.
Ook blijkt dat deelnemers over het algemeen tevreden zijn over de communicatie van hun pensioenuitvoerder. Het vertrouwen in het pensioenstelsel blijft stabiel en deelnemers die al zijn overgestapt ervaren de informatie vaker als persoonlijk en transparant. Het aantal klachten en geschillen blijft beperkt. Daarnaast zijn de definitieve cijfers bekend van de pensioenfondsen die per 1 januari 2026 zijn ingevaren: de pensioenen van ruim 1 miljoen gepensioneerden zijn gemiddeld met 13,5% verhoogd, in lijn met eerdere verwachtingen. Ten aanzien van het compensatievraagstuk concludeert de minister, na overleg met sociale partners, dat er geen ruimte is voor nieuwe wettelijke voorschriften. Wel blijft goede en tijdige informatie aan deelnemers essentieel, zodat zij de gevolgen van bijvoorbeeld een baanwisseling kunnen meewegen in hun keuzes.





Geef een reactie