De Eerste Kamer heeft op 7 juli ingestemd met het wetsvoorstel Meer zekerheid flexwerkers. De wet, die grotendeels op 1 januari 2028 in werking treedt, moet werknemers met een flexibel arbeidscontract meer zekerheid bieden over hun inkomen en werktijden.
Ook worden maatregelen genomen om het langdurig gebruik van tijdelijke contracten te beperken en de positie van oproep- en uitzendkrachten te versterken.
Volgens het kabinet heeft ongeveer drie op de tien werknemers in Nederland een onzeker flexcontract. Daarmee kent Nederland het hoogste aandeel flexwerkers van Europa. De nieuwe wet moet ervoor zorgen dat structureel werk zoveel mogelijk wordt verricht op basis van een duurzame arbeidsrelatie.
Strengere aanpak draaideurconstructies
Een onderdeel van de wet is de aanscherping van de zogenoemde ketenregeling. Werkgevers kunnen na drie opeenvolgende tijdelijke contracten pas weer een nieuw tijdelijk contract aanbieden nadat een onderbreking van drie jaar heeft plaatsgevonden. Onder de huidige regels bedraagt deze onderbreking nog zes maanden. Volgens het kabinet maakt deze wijziging een einde aan vrijwel alle draaideurconstructies, waarbij werknemers na een korte onderbreking opnieuw een reeks tijdelijke contracten krijgen.
Bandbreedtecontract vervangt nulurencontract
De bestaande oproepcontracten verdwijnen en worden vervangen door een bandbreedtecontract. Daarin spreken werkgever en werknemer een minimum- en maximumaantal arbeidsuren af, waarbij het maximum niet meer dan 30% boven het minimum mag liggen. Werknemers zijn niet verplicht oproepen te accepteren die boven het afgesproken maximum uitkomen. Wanneer structureel meer uren worden gewerkt, moet de werkgever een contract aanbieden dat aansluit bij de feitelijke arbeidsomvang.
Voor werknemers met een bijbaan naast een andere hoofdactiviteit, zoals scholieren, studenten en AOW-gerechtigden, geldt een uitzondering op deze regeling.
Gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden voor uitzendkrachten
Ook de positie van uitzendkrachten wordt versterkt. Zij krijgen wettelijk recht op arbeidsvoorwaarden die minimaal gelijkwaardig zijn aan die van werknemers die rechtstreeks in dienst zijn bij de opdrachtgever. Voor gelijke beloning volgde deze verplichting al uit rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie; de nieuwe wet breidt dit uit naar alle arbeidsvoorwaarden.
Daarnaast worden de meest onzekere fasen binnen het uitzendwerk verkort en krijgt de minister de bevoegdheid om in te grijpen wanneer sprake is van structurele onderbetaling in de uitzendsector. Dit deel van de wet treedt al op 31 december 2026 in werking.
Onderdeel van hervorming arbeidsmarkt
Het wetsvoorstel maakt deel uit van een breder pakket aan arbeidsmarkthervormingen dat moet zorgen voor meer zekerheid voor werknemers en tegelijkertijd voldoende flexibiliteit voor werkgevers. Het is het tweede wetsvoorstel uit dit pakket dat door het parlement is aangenomen. Eerder werd al de Wet invoering rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst op basis van een uurtarief aangenomen. De hervormingen vloeien voort uit de afspraken die het kabinet in 2023 met werkgevers en vakbonden heeft gemaakt en sluiten aan bij de aanbevelingen van de commissie-Borstlap en de Sociaal-Economische Raad (SER).





Geef een reactie