De kennisgroep ROW heeft de vraag beantwoord of de bijgeschreven vergoeding op de cumulatief preferente aandelen meetelt voor de financieringstoets van artikel 3.92b, vierde lid, Wet IB 2001.
Het geplaatste kapitaal van X Holding BV bestaat uit gewone aandelen en cumulatief preferente aandelen.
Het management van Target BV participeert via STAK X in X Holding BV, de houdstermaatschappij boven Target BV. De participatie van het management wijkt af van die van de overige aandeelhouders doordat STAK X relatief meer gewone aandelen (achtergesteld en risicodragend) houdt en relatief minder cumulatief preferente aandelen ten opzichte van de investeerder A Investment BV.
De vennootschappelijke structuur (voor zover relevant voor het standpunt) ziet er als volgt uit:

De voordelen die door het management worden behaald met de via Stak X gehouden aandelen zijn mede beoogd als beloning als bedoeld in artikel 3.92b, eerste lid, onderdeel a, Wet IB 2001.
Ten aanzien van de financieringstoets van artikel 3.92b Wet IB 2001 is het volgende relevant. Bij aanvang vertegenwoordigen de gewone aandelen net meer dan 10% van het totale geplaatste aandelenkapitaal, zodat op dat moment niet wordt voldaan aan de in artikel 3.92b, tweede lid, Wet IB 2001 bedoelde 10/90-verhouding.
De cumulatief preferente aandelen geven recht op een jaarlijkse vergoeding van 12%. Deze vergoeding wordt niet uitgekeerd, maar jaarlijks bijgeschreven bij het cumulatief preferente aandelenkapitaal en gaat vervolgens meedelen in toekomstige vergoedingen. Een zakelijke vergoeding op de cumulatief preferente aandelen zou hoger zijn.
Na jaar 1 en bijschrijving van het dividend op de cumulatief preferente aandelen van 12% wordt het geplaatst kapitaal van de gewone aandelen minder dan 10% van het totaal geplaatste aandelenkapitaal.
Vragen
- Telt de bijgeschreven vergoeding op de cumulatief preferente aandelen mee voor de financieringstoets van artikel 3.92b, vierde lid, Wet IB 2001?
- Indien het antwoord op vraag 1 ja is, moet dan voor het bepalen van de verhouding tussen de gewone aandelen en de cumulatief preferente aandelen ook de waardeontwikkeling van de gewone aandelen worden meegenomen?
- Als de vergoeding op de cumulatief preferente aandelen onzakelijk is, moet dan voor de bepaling van de verhouding worden uitgegaan van de economische waarde van de cumulatief preferente aandelen, herberekend op basis van een zakelijke vergoeding?
Antwoorden
- Ja. De bijgeschreven vergoeding op de cumulatief preferente aandelen telt mee voor het bepalen van de jaarlijkse omvang van de vergoeding en fungeert daarmee feitelijk als gestort kapitaal. Onder deze omstandigheden telt de bijgeschreven vergoeding mee voor het bepalen van de verhouding tussen de gewone aandelen en de cumulatief preferente aandelen.
- Nee. De waardeontwikkeling van de gewone aandelen speelt geen rol in het bepalen van de verhouding.
- Nee. Er is weliswaar sprake van een waardeverschuiving tussen de verschillende soorten aandelen, maar dat beïnvloedt niet de omvang van het gestorte kapitaal per soort.





Geef een reactie