Een gerichte lease-subsidie voor elektrische auto’s is volgens onderzoekers een effectiever en goedkoper alternatief dan de huidige verlaging van de brandstofaccijns. In een artikel in ESB stellen zij dat de bestaande accijnskorting van 1,7 miljard euro per jaar vooral terechtkomt bij huishoudens met hogere inkomens, terwijl juist mensen met een laag inkomen die veel kilometers rijden het hardst worden getroffen door hoge brandstofprijzen.
Een social-leasingregeling kan deze groep structureel weerbaarder maken tegen prijsschokken én tegelijkertijd bijdragen aan de verduurzaming van het wagenpark.
Volgens de onderzoekers bestaat de meest kwetsbare groep uit huishoudens met een laag inkomen die sterk afhankelijk zijn van de auto. Zij besteden soms bijna een derde van hun inkomen aan brandstof. Een generieke accijnsverlaging verlaagt die kosten tijdelijk, maar maakt huishoudens niet minder afhankelijk van fossiele brandstoffen. Elektrisch rijden biedt volgens de auteurs juist een structurele oplossing, omdat elektriciteit minder gevoelig is voor schommelingen op de oliemarkt en elektrische auto’s veel efficiënter omgaan met energie. De hoge aanschafprijs vormt echter een belangrijke drempel voor lagere inkomens. Een leaseconstructie kan die barrière wegnemen.
Frankrijk
De auteurs wijzen op Frankrijk, waar sinds 2024 een social-leasingregeling bestaat. Daar subsidieert de overheid de instapkosten van een leasecontract, waardoor huishoudens met een laag inkomen voor ongeveer 100 tot 140 euro per maand een elektrische auto kunnen leasen. De belangstelling bleek groot en de gemiddelde subsidie per auto daalde al snel doordat autofabrikanten en leasemaatschappijen scherpere afspraken maakten.
Voor Nederland hebben de onderzoekers verschillende scenario’s doorgerekend. Als de regeling wordt beperkt tot huishoudens met een inkomen tot 130 procent van het sociaal minimum die jaarlijks meer dan 8.000 kilometer rijden, kunnen ongeveer 160.000 huishoudens worden bereikt. Bij een subsidie van 7.000 euro per leaseauto kost dat ongeveer 1,1 miljard euro. Wordt de regeling uitsluitend op werkenden met een laag inkomen gericht, dan dalen de kosten naar circa 390 miljoen euro. Een veel ruimere doelgroep, vergelijkbaar met Frankrijk, zou de kosten kunnen laten oplopen tot bijna 6 miljard euro.
Uitvoerbaarheid vraagt aandacht
De onderzoekers benadrukken dat de uitvoerbaarheid aandacht vraagt. Veel potentiële deelnemers wonen in sociale huurwoningen of appartementen zonder eigen oprit, waardoor voldoende publieke laadinfrastructuur noodzakelijk is. Ook moet worden voorkomen dat de regeling mensen stimuleert die nu geen auto hebben om alsnog een auto aan te schaffen. Daarom pleiten de auteurs voor duidelijke toelatingsvoorwaarden, bijvoorbeeld door de regeling alleen open te stellen voor huishoudens die al langere tijd een brandstofauto bezitten. Daarnaast kan een aflopende subsidie voorkomen dat vooral huishoudens met relatief hogere inkomens van de regeling profiteren.
Bron: ESB, 6 augustus 2026





Geef een reactie