In samenwerking met de Kennisgroep pensioenen heeft de Kennisgroep belastingplicht en kwalificatie rechtsvormen de vraag beantwoord of een voorwaarde van een minimumleeftijd of van een minimum loonbedrag voor deelname aan een pensioenregeling voor een buitenlands pensioenlichaam in de weg staat aan de toepassing van artikel 5, eerste lid, onderdeel b, Wet Vpb 1969.
X is een naar het recht van land Y opgericht en feitelijk aldaar gevestigd pensioenlichaam. De werkzaamheden van X bestaan uit het uitvoeren van een pensioenregeling voor werknemers en gewezen werknemers, hun partners en hun kinderen. Een werknemer kan pas deelnemen aan de pensioenregeling wanneer de werknemer een minimumleeftijd en een bepaald minimum loonbedrag heeft. Bereikt de werknemer de minimumleeftijd en het minimum loonbedrag dan neemt de werknemer vanaf dat moment automatisch deel aan de pensioenregeling.
In het kader van de uitvoering van de pensioenregeling belegt X in Nederlandse aandelen, waarbij op uitgekeerd dividend dividendbelasting is ingehouden. X verzoekt om een teruggaaf van te zijnen laste ingehouden dividendbelasting (artikel 10, tweede of derde lid, van de Wet op de dividendbelasting 1965). Om in aanmerking te komen voor deze teruggaafregeling, is onder meer vereist dat belanghebbende, als zij in Nederland zou zijn gevestigd, subjectief zou zijn vrijgesteld van vennootschapsbelasting (artikel 5, eerste lid, onderdeel b, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 juncto artikel 3 Uitvoeringsbesluit vennootschapsbelasting 1971. Het beleid hierover is opgenomen in de onderdelen 3.3 en 3.4 van het beleidsbesluit van 25 november 2019, nr. 2019-187751 . In het kader van de beoordeling of aan dit beleid is voldaan, is de volgende vraag opgekomen.
Vraag
Staat een voorwaarde van een minimumleeftijd of van een minimum loonbedrag voor deelname aan de pensioenregeling bij het buitenlandse pensioenlichaam X voor X in de weg aan de toepassing van de pensioenvrijstelling?
Antwoord
Nee, een voorwaarde van een minimumleeftijd of van een minimum loonbedrag voor deelname aan de pensioenregeling staat voor het buitenlandse pensioenlichaam X niet in de weg aan de toepassing van de pensioenvrijstelling. Om voor deze vrijstelling in aanmerking te komen is uiteraard wel vereist dat aan alle voorwaarden van onderdeel 3.3 van het besluit wordt voldaan. De beoordeling hiervan is voorbehouden aan de bevoegde inspecteur.




Geef een reactie