De Tweede Kamer wil dat het kabinet het voorgestelde realisatieregime voor vastgoed in box 3 gereedhoudt voor het geval de Wet werkelijk rendement box 3 (Wwr) niet doorgaat. Een motie van Kamerlid Hoogeveen met die strekking is aangenomen.
De Wet werkelijk rendement box 3 ligt momenteel bij de Eerste Kamer. Volgens Hoogeveen is het niet zeker dat het wetsvoorstel daar voldoende steun krijgt. De motie richt zich daarom op het onderdeel van de wet dat betrekking heeft op onroerende zaken.
Voor vastgoed voorziet de Wwr in een vermogenswinstbelasting. Daarbij wordt de waardestijging van onroerende zaken in beginsel belast op het moment dat deze daadwerkelijk wordt gerealiseerd, bijvoorbeeld bij verkoop. Dit wijkt af van de vermogensaanwasbelasting die voor andere vermogensbestanddelen in de nieuwe box 3-systematiek is voorzien, waarbij ook niet-gerealiseerde waardestijgingen jaarlijks in de heffing kunnen worden betrokken.
Volgens de motie richten de bezwaren tegen de Wwr zich vooral op deze vermogensaanwasbelasting en niet op het realisatieregime voor vastgoed. Het vastgoedregime zou bovendien al volledig zijn uitgewerkt en de Belastingdienst zou grotendeels over de benodigde gegevens beschikken.
Hoogeveen stelt daarnaast dat het afzonderlijke realisatieregime kan helpen voorkomen dat verhuurders huurwoningen moeten verkopen om belasting over een nog niet gerealiseerde waardestijging te kunnen betalen.
Met het aannemen van de motie verzoekt de Tweede Kamer de regering daarom het vastgoedregime gereed te houden. Als de Wet werkelijk rendement box 3 uiteindelijk geen doorgang vindt, moet het kabinet het regime op korte termijn als zelfstandig wetsvoorstel kunnen indienen.





Geef een reactie