Hof Amsterdam oordeelt dat de rente op een aandeelhouderslening niet aftrekbaar is door toepassing van art. 10a Wet Vpb 1969. De bv maakt niet aannemelijk dat zakelijke motieven doorslaggevend waren voor de interne herstructurering en financiering.
Een internationale investeringsonderneming neemt in 2017 een retailgroep over. Na deze externe overname vindt binnen het concern een herstructurering plaats. Een Nederlandse bv krijgt daarbij € 140 miljoen geleend van een verbonden groepsmaatschappij en koopt vervolgens voor € 233 miljoen de aandelen in de Nederlandse werkmaatschappij. Vanaf dat moment vormen beide vennootschappen een fiscale eenheid voor de Vpb. De bv trekt ruim € 6 miljoen rente op de aandeelhouderslening af. De inspecteur weigert deze aftrek met een beroep op art. 10a Wet Vpb 1969. Rechtbank Noord-Holland staat de aftrek grotendeels toe, maar de inspecteur gaat in hoger beroep.
Herstructurering vooral fiscaal gedreven
Volgens Hof Amsterdam moet voor de tegenbewijsregeling worden gekeken naar de concrete redenen waarom de bv en het concern voor de herstructurering hebben gekozen. De bv stelt dat de structuur efficiëntere geldstromen en een logische concernpositionering oplevert, maar onderbouwt niet dat deze redenen daadwerkelijk doorslaggevend waren. Uit de stukken blijkt juist dat de schuld naar Nederland wordt gebracht om Nederlandse winsten met rentelasten te verminderen. Het hof acht daarom fiscale overwegingen doorslaggevend.
Ook lening zelf niet voldoende zakelijk
Ook voor de aandeelhouderslening slaagt het tegenbewijs niet. De bv maakt niet aannemelijk dat de externe banklening bedoeld of daadwerkelijk gebruikt is voor de interne lening. Bovendien bestaan onvoldoende parallellen tussen beide leningen, onder meer wat betreft aflossing, looptijd en rentevergoeding. Ook de compenserende-heffingstoets biedt geen uitkomst, omdat de inspecteur aannemelijk maakt dat de structuur in overwegende mate fiscaal is gedreven. De rente en de daarmee samenhangende financieringskosten zijn daarom niet aftrekbaar.
Bron: Gerechtshof Amsterdam, 20-08-2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:2322, 25/2006 | NDFR





Geef een reactie