Hof ’s-Hertogenbosch oordeelt dat een Luxemburgse houdster wordt belast voor een dividenduitkering van een Nederlandse dochter. De inspecteur maakt aannemelijk dat sprake is van misbruik van Unierecht.
Een naar Luxemburgs recht opgerichte vennootschap houdt in 2014 alle aandelen in twee Nederlandse bv’s binnen een groep die actief is in leegstands- en vastgoedbeheer. De aandelen in de Luxemburgse vennootschap worden gehouden door een Luxemburgse SPF, waarvan de UBO in België woont. In 2014 keert een Nederlandse dochter € 19 miljoen dividend uit aan de Luxemburgse vennootschap. De inspecteur legt over 2014 een navorderingsaanslag vennootschapsbelasting op, omdat de dividenduitkering volgens hem belastbaar is als inkomen uit aanmerkelijk belang. In geschil is of art. 17 lid 3, aanhef en letter b Wet Vpb 1969 toepassing vindt, en of navordering mogelijk is.
Misbruik door Luxemburgse structuur
Het hof past het toetsingskader toe uit de arresten van de Hoge Raad van 25 april 2025 en 18 juli 2025. De inspecteur moet eerst aannemelijk maken dat aan de subjectieve voorwaarde en de ondernemingstoets is voldaan. Via de wegdenkgedachte slaagt hij daarin: zou het dividend rechtstreeks aan de UBO zijn uitgekeerd, dan had Nederland 15% mogen heffen, terwijl er met de S.A. ertussen geen heffing is. Ook vervult de Luxemburgse vennootschap geen wezenlijke functie binnen de groep. Zij heeft geen personeel, geen eigen kantoorruimte en werkt met trustbestuurders tegen beperkte vergoedingen. Dat de vennootschap sinds 1998 leningen aan groepsmaatschappijen verstrekt, is onvoldoende om een actieve financieringsfunctie aan te nemen. Daarmee is in beginsel ook aan het doelvereiste voldaan.
Het hof verwerpt zowel het betoog dat een nieuw feit ontbreekt, omdat de inspecteur mag volstaan met het eigen dossier en van de S.A. tot juli 2018 nog geen dossier bestond, als het beroep op het vertrouwensbeginsel, zodat het hoger beroep van de inspecteur gegrond is en het incidentele hoger beroep ongegrond.
Wet: art. 17 Wet Vpb 1969
Bron: Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch, 20-05-2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:1277, 24/320 | NDFR





Geef een reactie