De staatssecretaris van Financiën heeft het Box 3-besluit geactualiseerd. Het besluit bevat onder meer nieuwe goedkeuringen voor nog niet opgelegde inkomsten- en schenkbelasting, verduidelijkingen over de tegenbewijsregeling box 3 en soepelere regels bij vruchtgebruik en bloot eigendom.
Belangrijkste wijzigingen
Belastingschulden zijn in beginsel geen schulden in box 3. Dit kan nadelig uitpakken als een belastingplichtige rond de peildatum voldoende banktegoeden heeft gereserveerd voor een aanslag, maar de Belastingdienst die aanslag niet tijdig oplegt. Bij een tijdig verzoek om een (nadere) voorlopige aanslag inkomstenbelasting mag daarom onder voorwaarden het banktegoed op de peildatum worden verminderd met maximaal het verschuldigde belastingbedrag. Een vergelijkbare goedkeuring geldt als tijdig aangifte schenkbelasting is gedaan, maar de aanslag door de verwerkingstijd pas na de box 3-peildatum wordt opgelegd. Het banktegoed kan daarbij niet negatief worden. Bij toepassing van de tegenbewijsregeling blijft de daadwerkelijk ontvangen rente over het banktegoed wel tot het werkelijke rendement behoren.
Verder verduidelijkt het besluit de situatie waarin de opbrengst van een verkochte eigen woning tijdelijk op een bankrekening staat en pas na de jaarwisseling wordt gebruikt voor een nieuwe woning. Onder het forfaitaire stelsel behoort het saldo op de peildatum tot box 3; bij toepassing van de tegenbewijsregeling wordt aangesloten bij het werkelijk behaalde rendement.
Ook wordt de defiscalisering van vruchtgebruik en bloot eigendom versoepeld. Als het vruchtgebruik niet direct juridisch is gevestigd, mag de defiscalisering op grond van de hardheidsclausule toch vanaf het overlijden gelden, mits het recht binnen twee jaar wordt gevestigd. Daarnaast komt er een goedkeuring voor de waardering van vruchtgebruik met een metterwoonclausule: onder voorwaarden mag worden gewaardeerd alsof sprake is van een levensafhankelijk vruchtgebruik. Dit geldt ook voor een recht van gebruik en bewoning.
Inwerkingtreding en bron
Het besluit treedt in werking op 5 september 2026, de dag na publicatie in de Staatscourant. Het eerdere Box 3-besluit van 7 mei 2024 wordt met ingang van die datum ingetrokken.
Bron: Besluit staatssecretaris van Financiën van 4 september 2026, nr. 2026-2613, Stcrt. 2026, 31484




Geef een reactie