Rechtbank Noord-Nederland oordeelt dat een samenwonende moeder en dochter geen fiscale partners zijn. De dochter kan daarom de dieetkosten van haar moeder niet als specifieke zorgkosten aftrekken.
Een vrouw woont samen met haar moeder in een woning waarvan zij ieder voor de helft eigenaar zijn. In haar aangiften IB/PVV 2019 en 2020 trekt zij onder meer € 2.300 aan dieetkosten van haar moeder af. Het aangifteprogramma behandelt moeder en dochter als fiscale partners, nadat de vrouw haar moeder als huisgenoot heeft aangemerkt. De inspecteur corrigeert de aftrek via navorderingsaanslagen. Voor 2020 claimt de vrouw daarnaast giftenaftrek omdat zij als vrijwilliger bij het Rode Kruis werkt zonder een vergoeding te ontvangen.
Geen fiscaal partnerschap
De rechtbank oordeelt dat moeder en dochter geen fiscale partners zijn, omdat de dochter op de relevante peildata nog geen 27 jaar was. De inspecteur heeft de dieetkosten van de moeder daarom terecht niet bij de dochter in aftrek toegestaan. Dat het aangifteprogramma hen als fiscale partners behandelde, maakt dit niet anders.
Geen giftenaftrek
Ook de giftenaftrek wordt geweigerd. De vrouw had geen recht op een vrijwilligersvergoeding van het Rode Kruis en kan dus ook niet van zo’n vergoeding hebben afgezien. De navorderingsaanslagen blijven in stand.
Bron: Rechtbank Noord-Nederland, 06-08-2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:3287, LEE 26/855 en LEE 26/858 | NDFR





Geef een reactie