Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch oordeelt dat een dga forensenbelasting is verschuldigd voor een gemeubileerde recreatiewoning van zijn bv. Dat hij de woning nauwelijks gebruikt en deze volgens hem moeilijk verhuurbaar is, maakt dat niet anders.
Een man woont in België en is directeur en enig aandeelhouder van een bv die eigenaar is van een gemeubileerde recreatiewoning in de gemeente Middelburg. De woning wordt in 2021, 2022 en 2023 niet aan derden verhuurd. De gemeente legt de man over deze jaren aanslagen forensenbelasting op. Volgens de man is hij niet belastingplichtig omdat de bv eigenaar van de woning is. Bovendien is de woning volgens hem bestemd voor verhuur, maar is dat onder meer door coronamaatregelen, werkzaamheden in de omgeving, verzakkingen en de opstelling van de beoogde verhuurorganisatie niet mogelijk. Zelf stelt hij slechts enkele dagen van de woning gebruik te hebben gemaakt. In geschil is of hij de woning in de drie jaren meer dan 90 dagen voor zichzelf of zijn gezin beschikbaar houdt.
Feitelijke beschikkingsmacht is beslissend
Het hof stelt vast dat de man als directeur en enig aandeelhouder indirect de volledige feitelijke beschikkingsmacht over de woning heeft. Daardoor staat de woning in 2021, 2022 en 2023 het hele jaar aan hem ter beschikking. Mogelijke beperkingen door coronamaatregelen veranderen dat niet. Ook maakt de man niet aannemelijk dat de gebrekkige infrastructuur en verzakkingen de woning onbereikbaar maken of redelijk gebruik onmogelijk maken. Voor de forensenbelasting is bovendien niet van belang in hoeverre daadwerkelijk van de gemeubileerde woning gebruik wordt gemaakt. Er zijn in deze jaren ook geen verhuur- of bemiddelingsovereenkomsten die zijn gebruik van de woning beperken. De man houdt de woning daarom meer dan 90 dagen per jaar voor zichzelf of zijn gezin beschikbaar. De aanslagen forensenbelasting blijven in stand.
Wet: art. 223 Gemeentewet
Bron: Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch, 29-07-2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:2078, 25/641, 25/642 en 25/643 | NDFR





Geef een reactie