Dat de invoering van een nieuw stelsel voor vermogensbelasting met een jaar wordt uitgesteld, kost de schatkist naar verwachting miljarden. Dat verwacht staatssecretaris Eelco Eerenberg. Hoeveel het exact gaat kosten, wordt later dinsdag bekend.
Het kabinet wilde het nieuwe stelsel, waarin vermogen belast wordt nadat winst erover wordt uitgekeerd, per januari 2028 invoeren. De Raad van State waarschuwde maandag dat dit tot grote problemen leidt bij onder andere de Belastingdienst. De belangrijke kabinetsadviseur raadde aan een nieuwe wet te maken, die per 2030 moet ingaan.
Nu mikt het kabinet op invoering per 2029. Minister Heinen sluit zelfs niet uit dat het alsnog lukt in 2028. Hij stelt dat dit ook volgens de Belastingdienst “haalbaar en inpasbaar” is, maar dat het vooral knelt bij de banken. Die moeten gegevens aanleveren waarop de te betalen belasting wordt gebaseerd.
Hoewel Eerenberg verantwoordelijk is voor de Belastingdienst, zegt hij dat uitvoeringsproblemen die de box 3-wet zou veroorzaken pas de afgelopen dagen duidelijk zijn geworden. “Ik zie in het Raad van State-advies een heel aantal punten die mij zeer herkenbaar voorkomen. En dan moet je het ook gewoon weer afwegen met elkaar. En dat hebben we de afgelopen dagen gedaan.”
Dat het kabinet het advies in de wind slaat om een nieuwe wet voor 2030 te maken, komt volgens Eerenberg omdat de politiek van de “box 3-rotonde” af moet. Ook Heinen zei dat hij er snel vanaf wil zijn. “Wij slepen dit dossier al vijftien jaar met ons mee. Laten we dit oplossen met elkaar.”
Update 3 november 12.45
Het kabinet maakt extra middelen vrij voor koopkracht, behoudt de aftrek voor specifieke zorgkosten en komt met een aangepast voorstel voor box 3. De vermogenswinstbelasting wordt uiterlijk in 2029 ingevoerd en indien haalbaar al in 2028.
Binnen het Belastingplan wordt ruimte vrijgemaakt voor extra middelen voor koopkracht, bovenop de maatregelen die het kabinet eind september aankondigde. Het aanvullende koopkrachtpakket bedraagt € 347 miljoen per jaar. Daarmee wordt de vrijheidsbijdrage in 2027 door de koopkrachtverbetering effectief tenietgedaan.
De extra middelen worden ingevuld met het toepassen van de tabelcorrectiefactor. Bij de behandeling van het Belastingplan kan de Kamer samen met het kabinet een definitieve invulling kiezen. Het kabinet wil daarbij ook goed kijken naar de positie van eenverdieners en ouderen.
Aftrek zorgkosten blijft behouden
Het kabinet geeft ook gehoor aan de zorgen van de Kamer over de aftrek voor specifieke zorgkosten. Deze blijft behouden en wordt meer gericht en eerlijker gemaakt voor chronisch zieken en gehandicapten met hoge zorgkosten. De Kamer wordt later geïnformeerd over de precieze vormgeving.
Daarnaast wordt ruimte vrijgemaakt om milieuvriendelijke en emissiereducerende technieken in de veehouderij en akkerbouw fiscaal extra te stimuleren via de VAMIL. De afschaffing van het verlaagde btw-tarief voor sierteelt wordt uit het Belastingplan 2027 gehaald. Besluitvorming daarover wordt uitgesteld tot het Belastingplan 2028.
Ook wordt een deel van de middelen voor tegemoetkoming in de elektriciteitsprijzen voor bedrijven verplaatst naar de uitgavenkant, zodat een gerichte uitgavenregeling mogelijk wordt.
Nieuw voorstel voor box 3
Het kabinet doet daarnaast een aangepast voorstel voor box 3. De heffing op basis van vermogenswinstbelasting wordt uiterlijk per 2029 ingevoerd. Als uit gesprekken met banken blijkt dat dit mogelijk is, wordt de invoering vervroegd naar 2028. Daarmee komt het kabinet tegemoet aan zorgen van de Raad van State en de uitkomsten van de uitvoeringstoets.
De eerder voorgestelde verlaging van de grens van het heffingsvrij vermogen en het heffingsvrij rendement, evenals de aanpassing van het forfait, worden geschrapt. In plaats daarvan wordt het lage tarief in box 2 verlaagd. Ook heeft het kabinet op basis van actuele realisaties opnieuw gekeken naar de kosten van de tegenbewijsregeling.
Verder wordt cumulatief € 95 miljoen en structureel € 25 miljoen beschikbaar gesteld voor veiligheid, waaronder politie en het Openbaar Ministerie. Voor digitalisering en beleid rond kunstmatige intelligentie komt cumulatief € 33 miljoen en structureel € 10 miljoen beschikbaar.
Bron: Kamerbrief ‘Aanpassingen Belastingplan en box 3’, 3 november 2026, nr. 2026-0000448753





Geef een reactie