Het aantal huurwoningen in bezit van particulieren daalde in 2025 met 37.000 tot 492.000 woningen. De afname komt vooral doordat particuliere huurwoningen overgingen naar de koopsector.
Op 1 januari 2026 waren er 22.000 huurwoningen minder in de private sector dan een jaar eerder. Het aantal private huurwoningen nam daarmee af tot 1,16 miljoen woningen. Een jaar eerder kromp de private huursector met 3.000 woningen. Tegelijkertijd kwamen er in 2025 14.000 huurwoningen van woningcorporaties en 81.000 koopwoningen bij.
Private huurwoningen kunnen eigendom zijn van particulieren, bedrijven of overige niet-natuurlijke personen, zoals stichtingen en verenigingen. Het aantal huurwoningen van particulieren daalde met 37.000 tot 492.000 woningen, 7 procent minder dan op 1 januari 2025. In 2024 waren dit er 22.000 minder.
Het aantal huurwoningen in bezit van bedrijven daalde in 2025 met 14.000. Daartegenover steeg het aantal huurwoningen van overige niet-natuurlijke personen met 29.000. Die stijging komt vooral doordat de rechtsvorm van eigenaren veranderde van een bedrijf naar bijvoorbeeld een stichting.
Vooral overgang naar koopsector
De daling van het aantal particuliere huurwoningen in 2024 en 2025 komt vooral door verkoop en andere eigendomsovergangen naar de koopsector. Per saldo gaat het om 57.000 woningen in twee jaar. Daarnaast gingen per saldo 12.000 particuliere huurwoningen over naar niet-natuurlijke personen.
In Utrecht en Noord-Holland gingen met respectievelijk 14 en 13 procent naar verhouding de meeste particuliere huurwoningen over naar de koopsector. In Limburg en Zeeland was dit aandeel het laagst.
De particuliere huurwoningen die koopwoning werden, hadden gemiddeld een hogere WOZ-waarde. Woningen die op 1 januari 2026 koopwoning waren geworden, hadden een gemiddelde WOZ-waarde van 375.000 euro, tegenover 327.000 euro voor woningen in de particuliere verhuur. Ook waren deze woningen vaker eengezinswoningen en gemiddeld groter en nieuwer.
Bron: CBS, 3 november 2026





Geef een reactie