• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Belastingplan
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Griffierecht: eenmaal of voor alle 9 erven?

2 april 2015 door Marieke Jansen

Een vereffenaar heeft geen eigen bevoegdheid om zelf rechtsmiddelen in te stellen tegen aanslagen successierecht. Van elke belanghebbende die (hoger) beroep heeft ingesteld moest daarom afzonderlijk griffierecht worden geheven.

Bij testament benoemde erflater één persoon tot erfgenaam, onder last van legaten aan acht anderen. De rechtbank benoemde bij beschikking een vereffenaar. Alle negen belanghebbenden gingen in (hoger) beroep tegen uitspraken op bezwaar tegen de ontvangen aanslagen successierecht. Ter zake hiervan werd van elk van hen griffierecht geheven, wat volgens hen onterecht was. Volgens de belanghebbenden moest de nalatenschap als een afgescheiden eenheid worden beschouwd in geval van vereffening door een vereffenaar die de rechter had benoemd. De Hoge Raad oordeelde echter dat het instellen van een rechtsmiddel niet tot de verplichtingen van een vereffenaar behoort. Degene die tot vereffening van de nalatenschap is benoemd, kan niet worden beschouwd als een belanghebbende aan wie de aanslag successierecht (nu erfbelasting) is opgelegd. Een vereffenaar komt daarom geen eigen bevoegdheid toe tot het instellen van rechtsmiddelen tegen belastingaanslagen zoals in deze zaak. Het oordeel van het hof, dat het (hoger) beroep was ingesteld door negen belanghebbenden die niet met elkaar konden worden vereenzelvigd zodat van elk van hen afzonderlijk griffierecht kon worden geheven, was juist. De Hoge Raad verklaarde het beroep van de belanghebbenden ongegrond.

Wet: artikel 72 Successiewet, artikel 4:211 BW

Meer informatie: Hoge Raad, 27 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:741

Filed Under: Estate Planning, Fiscaal nieuws, Nieuws

Reageer
Vorige artikel
Geen recht op aftrek ter voorkoming dubbele belasting
Volgende artikel
Fiscus lanceert app btw-aangifte; of is het een 1 april-grApp?

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

nieuwe pensioenwet; transitie

Box 3 van jou of box 3 van mij?

In welke gevallen mogen fiscale partners de verdeling van hun gezamenlijke grondslag sparen en beleggen (box 3) nog wijzigen?

belastingrente

Ongespecificeerde rente eerst naar oudste schuldigerkenning

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat bij meerdere schuldigerkenningen een niet-gespecificeerde rentebetaling eerst aan de oudste schuld moet worden toegerekend. Omdat daardoor over de tweede schuldigerkenning niet tijdig en volledig rente is betaald, is art. 10 SW daarop van toepassing.

Economisch belang in onverdeelde aandelen vormt aanmerkelijk belang

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat een erfgenaam door haar economische belang in onverdeelde aandelen een aanmerkelijk belang heeft. Dat de aandelen niet op haar naam staan en tot een gemeenschap van vier erfgenamen behoren, maakt dit niet anders.

box 3 rendement

Heffingvrij vermogen verlaagt werkelijk rendement box 3 niet

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat bij box 3-rechtsherstel over het werkelijke rendement geen rekening wordt gehouden met het heffingvrije vermogen. De inspecteur heeft wel de hoorplicht geschonden.

waardering woning successiewet

Kapitalisatiefactor geldt ook bij tijdelijk vruchtgebruik

Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat de kapitalisatiefactor uit het Uitvoeringsbesluit Successiewet ook geldt voor een vruchtgebruik dat na uiterlijk één jaar eindigt. Toch wordt het beroep van de zoon gegrond verklaard, omdat de inspecteur tijdens de procedure alsnog rekening houdt met eigenaarslasten.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Specialisatieopleiding Vermogensstructurering

Verdiepingscursus Afwikkeling van nalatenschappen

Verdiepingscursus Tweetrapsmakingen opzetten en afwikkelen

Online cursus De positie van het kind in het erfrecht en estate planning – Civiel en fiscaal

Masterclass Het ideale testament – Bestaat dat echt?

AGENDA

Stoomcursus Erfrecht – Civiel en fiscaal – Het hele erfrecht in één dag!  | PE Accreditatie

Basiscursus Estate planning | PE Accreditatie

Specialisatieopleiding Vermogensstructurering

Specialisatieopleiding Estate Planning | PE Accreditatie

Webinar Fiscale wijzigingen 2027 | PE Accreditatie

Online cursus Btw-aangifte | PE Accreditatie

Online cursus Staken van de onderneming: (turbo)liquidatie, WHOA liquidatie akkoord | PE Accreditatie

Masterclass Overdrachtsbelasting | PE Accreditatie

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Online cursus Technisch aanmerkelijk belang | PE Accreditatie

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

Aanmelden

 

×