• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Voordelen uit vorderingen op failliete bv belast in box 3

27 januari 2015 door

De voordelen uit hoofde van vorderingen op een bv worden alleen aangemerkt als resultaat uit overige werkzaamheden als sprake is van bovennormaal rendement. Dit is echter moeilijk te bewijzen als de geldverstrekker werkzaamheden verricht voor de bv zonder dat daar een vergoeding tegenover staat.

Een directeur en medeaandeelhouder nam in 2007 ontslag omdat hij het niet eens was met het beleid van de nieuwe statutair directeur. Na zijn vertrek was hij betrokken bij de oprichting van een nieuwe bv die actief was op een terrein vergelijkbaar met dat van de oude bv. Hij had daarbij, vanwege een non-concurrentiebeding, slechts een adviserende rol en genoot geen honorarium. Ook was hij, vanwege dat non-concurrentiebeding, geen aandeelhouder. Wel verstrekte hij aanzienlijke bedragen geldleningen aan de nieuwe bv. Deze bv ging in 2010 failliet. Belanghebbende merkte de vorderingen uit de geldleningen in de aangifte inkomstenbelasting aan als vermogensbestanddelen in het kader van resultaat uit overige werkzaamheden en wilde deze afwaarderen tot nihil. Er was echter geen sprake van een objectieve verwachting dat met de werkzaamheden en de vorderingen, in onderling verband, een rendement zou worden behaald dat normaal vermogensbeheer te boven ging en redelijkerwijs was te verwachten. De werkzaamheden die belanghebbende had verricht voor de bv vormden geen bron van inkomen. Er ontbrak immers een vergoeding voor deze werkzaamheden. Het hof verwierp ook de stelling van belanghebbende dat de hoogte van de rentetarieven mede een vergoeding vormde voor zijn werkzaamheden. De voordelen uit hoofde van de vorderingen kwalificeerden dus niet als resultaat uit overige werkzaamheden. De vorderingen behoorden tot de rendementsgrondslag van box 3. Wel moesten de vorderingen, gelet op het faillissement, gewaardeerd worden op een lager bedrag dan de nominale waarde.

 

Wet: artikel 3.90 en artikel 3.91, lid 1, onderdeel c Wet IB 2001

Meer informatie: Hoge Raad, 16 januari 2015, ECLI:NL:HR:2015:73

Filed Under: Financiële planning, Fiscaal nieuws, Nieuws

Reageer
Vorige artikel
Topmaatschappij buiten EU? Geen fiscale eenheid
Volgende artikel
Anbi 2015: validatiestelsel filantropie, website-vereisten en liquidatiebepaling

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

Vragen en antwoorden formulier Opgaaf werkelijk rendement geactualiseerd

Op het Forum Fiscaal Dienstverleners is een nieuwe versie geplaatst van het Vraag en antwoorden formulier Opgaaf werkelijk rendement.

bedrag ineens pensioen

Nieuw V&A 26-006 Invaren ongehuwd ouderdomspensioen

Het Centraal Aanspreekpunt Pensioenen heeft V&A 26-006 gepubliceerd waarin twee vragen over het invaren van een opgebouwd ongehuwd ouderdomspensioen worden behandeld.

box 3

Standpunt voorkomingsartikel in Verdrag Nederland – België 2001

De kennisgroep IBR IB niet-winst/LB/PH aanslag heeft een standpunt ingenomen over de berekening van de voorkoming van dubbele belasting onder het belastingverdrag tussen Nederland en België. Meer specifiek over de vraag of een schuld die verband houdt met een in België gelegen onroerende zaak, maar niet is verzekerd met een recht van hypotheek, in aanmerking wordt genomen bij de berekening.

box 3

Collectieve beslissing massaal bezwaar plus box 3 (2017–2020)

De inspecteur heeft een collectieve beslissing genomen op verzoeken om ambtshalve vermindering en een collectieve uitspraak gedaan op bezwaren in het kader van de regeling massaal bezwaar plus voor de box 3-heffing over de jaren 2017 tot en met 2020.

Internetconsultatie Fiscale verzamelwet 2028

Het ministerie van Financiën is een  internetconsultatie over de Fiscale verzamelwet 2028 gestart.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Specialisatieopleiding Vermogensstructurering

Masterclass Actualiteiten vermogensstructurering 2025

Masterclass Vermogen in box 1, 2 en 3: de afwegingen

Masterclass Box 3 – Forfaitair stelsel met een Tegenbewijsregeling en de toekomst na 2028

Future Fit Professionals

AGENDA

Online cursus CV en bedrijfsopvolging

Online cursus Schenken en lenen in familieverband

Meerdaagse opleiding Vastgoedfiscaliteiten

Stoomcursus AI voor Fiscale professionals

Online cursus toepassing box 3 in de praktijk

Future Fit Professionals

Stoomcursus btw en internationaal zakendoen

Online cursus Immigrerende DGA’s: fiscale gevolgen en sociale zekerheid bij migratie naar Nederland

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Online cursus BTW, factuurvereisten en ViDA

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

Aanmelden

 

×