• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Inspecteur laat zich niet inpakken door schoonmaakster

6 maart 2019 door Michel Halters

Voor de vraag of er sprake is van een dienstbetrekking is maatgevend of de werknemers in een privaatrechtelijke dienstbetrekking hebben gestaan zijn drie elementen van essentieel belang. Dit zijn gezagsverhouding werkgever en werknemer, de verplichting tot het persoonlijk verrichten van arbeid en de verplichting voor de werkgever tot het betalen van loon aan de werknemer. Met een commentaar van mr. Jacqueline Nietveld.

De Belastingdienst had bij een boekenonderzoek over 2008 tot en met juni 2009 ontdekt dat een werkgever, die schoonmaak- en inpakwerkzaamheden verrichtte te weinig loonheffingen had aangegeven. Daarom legde de Belastingdienst naheffingsaanslagen op. In geschil bij het hof is of belanghebbende terecht is aangemerkt als inhoudingsplichtige. Zij stelt dat niet zij, maar haar echtgenoot inhoudingsplichtige is. Hoewel de onderneming op haar naam stond, werd deze voor rekening en risico van haar echtgenoot gedreven. Hij was in desbetreffende jaren verantwoordelijk voor het exploiteren en runnen van het schoonmaakbedrijf. Als bewijs hiervoor heeft de vrouw enkele verklaringen overgelegd van voormalige werknemers van het bedrijf en enkele door haar echtgenoot ondertekende overeenkomsten met opdrachtgevers over de schoonmaakwerkzaamheden.

 

Gezagsverhouding

Vast staat dat de werknemers arbeid hebben verricht en dat zij daarvoor loon hebben ontvangen. De arbeidsovereenkomsten zijn gesloten met de onderneming op naam van belanghebbende. De Rechtbank oordeelde daarom dat er geen sprake was van een gezagsverhouding en dus geen arbeidsovereenkomst tussen de werknemers en de echtgenoot. De echtgenoot was daarmee niet aan te merken als inhoudingsplichtige. Temeer omdat belanghebbende als eigenaar van de eenmanszaak stond ingeschreven in het Handelsregister, de Belastingdienst haar een omzetbelastingnummer had toegekend en alle aangiften loonheffingen en omzetbelasting door haar waren ondertekend en ingediend. In hoger beroep stelt belanghebbende dat zij door haar echtgenoot gebruikt is als ‘stroman’ om zijn schoonmaakbedrijf te exploiteren naast zijn dienstverband, in verband met een concurrentiebeding in zijn arbeidsovereenkomst. In 2009 heeft hij de exploitatie van het bedrijf volledig in handen genomen. Het betoog van belanghebbende overtuigt het Hof niet. Zij heeft onvoldoende feiten en omstandigheden naar voren gebracht die de conclusie rechtvaardigen dat de situatie in werkelijkheid anders was en dat zij slechts als ‘stroman’ fungeerde. Het Hof verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de Rechtbank.  

 

Commentaar

Mr. Jacqueline Nietveld van Nietveld loonheffingen en inkomstenbelasting, geeft een reactie in Loonzaken. Maatgevend voor de inhoudingsplicht is het antwoord op de vraag of er met de werknemers sprake is van een privaatrechtelijke dienstbetrekking. De later opgemaakte verklaringen van voormalige werknemers bleken niet voldoende om aan te nemen dat er een gezagsverhouding tussen de echtgenoot en de werknemers bestond. De Rechtbank grijpt daarom terug naar de gezagsverhouding in de formele arbeidsovereenkomst, die tussen de werknemers en het schoonmaakbedrijf op naam van belanghebbende.  

 

Wet: art. 1 en 6 Wet LB 1964

Meer informatie: Gerechtshof Amsterdam 8 januari 2019 (gepubliceerd op 27 februari 2019), ECLI:NL:GHAMS:2019:93

Filed Under: Arbeid & loon, Fiscaal nieuws, Nieuws

Reageer
Vorige artikel
Opstekertje voor ondernemers
Volgende artikel
Door echtscheiding herbeoordelingsmoment geldlening

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

schijnzelfstandigheid; opheffen handhaningsmoratorium

Kabinet schrapt deel zzp-wet

Het kabinet wil de onrust rond nieuwe wetgeving voor zelfstandigen verminderen. Daarom wordt een deel van het wetsvoorstel Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (Vbar) geschrapt en wordt gewerkt aan een nieuwe Zelfstandigenwet.

dga-salaris

Evaluatie gebruikelijkloonregeling

Het kabinet ziet op dit moment geen aanleiding om het normbedrag generiek te verhogen of te differentiëren. Staatssecretaris Eerenberg licht de uitkomsten van het vervolgonderzoek over de gebruikelijkloonregeling toe. De gebruikelijkloonregeling verplicht een dga om een zakelijk arbeidsinkomen in aanmerking te nemen en daarover loonheffing in box 1 te betalen. Het gebruikelijk loon is het... lees verder

salaris

3e uitgave cijferbijlage Nieuwsbrief Loonheffingen 2026 gepubliceerd

De Belastingdienst heeft in de bijlage met de tarieven, bedragen en percentages loonheffingen vanaf 1 januari 2026 tabel 15 (Loonkostenvoordelen) aangepast.

salaris

Gebruikelijk loon dga volgt meest verdienende werknemer

Rechtbank Den Haag oordeelt dat de inspecteur het gebruikelijk loon van een dga terecht heeft vastgesteld op het loon van de best verdienende werknemer.

minimumjeugdlonen per 1 januari 2024

Besluit premie arbeidsinschakeling geen loon in 2026

Dit besluit bevestigt dat een in 2026 betaalde premie arbeidsinschakeling aan bijstandsgerechtigde jongeren onder de 27 jaar niet tot het loon voor de loonbelasting behoort. Hiermee wordt vooruitgelopen op de per 1 januari 2027 in werking tredende wijziging van de Participatiewet.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Online cursus Gebruikelijk loon 2026

Verdiepingscursus Internationale aspecten loonheffing

Masterclass Management- en werknemersparticipatie

Online cursus introductie participatieregelingen en lucratieve belangen

AGENDA

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Masterclass Inbreng in en terugkeer uit de BV

Masterclass Vastgoedfiscaliteiten

Online cursus Vennootschapsbelastingplicht stichtingen & verenigingen

Masterclass De positie van de samenwoner in de inkomstenbelasting, relatievermogensrecht en vermogensplanning – Civiel en fiscaal

Online cursus De positie van het kind in het erfrecht en estate planning – Civiel en fiscaal

Online cursus introductie participatieregelingen en lucratieve belangen

Online cursus Staken van de onderneming: (turbo)liquidatie, WHOA liquidatie akkoord

Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Congres Estate Planning 2026

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Addify
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

×