• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Belastingplan
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Geen afwaardering geërfde lening

18 december 2012 door

De Hoge Raad bevestigt een eerdere hofuitspraak dat een zoon na het overlijden van zijn moeder de lening die hij bij haar was aangegaan en vervolgens van haar erfde, niet kon afwaarderen. De vordering en schuld waren door vermenging van rechtswege teniet gegaan.

Een moeder had haar zoon een lening van € 313.974 verstrekt. De zoon gebruikte deze lening deels voor de aanschaf van een woning en deels om zijn bedrijf op te starten. Toen zijn moeder overleed erfde hij aan banktegoeden en effecten een bedrag van € 558.431 en daarnaast een vordering op zichzelf van € 313.974. De zoon stelde dat de geldlening moest worden afgewaardeerd tot € 28.068, namelijk de waarde van de aandelen van zijn bv. Hof Den Haag besliste dat de man door de verkrijging uit de nalatenschap van zijn aandeel in de vordering die zijn moeder op hem had, een vordering op zichzelf had verkregen, waardoor die vordering en de schuld aan zijn moeder door vermenging van rechtswege tenietging. Voor een afwaardering van dat deel van de vordering was daarom geen aanleiding. Verder bleek dat de schuld van de vennootschap uit hoofde van de geldlening aan de man voor de nominale waarde op de balans stond. Dit hield in dat de vordering van de man op de vennootschap op het moment van de verkrijging volwaardig was. Er was dan ook geen aanleiding voor afwaardering van dat deel van de vordering. De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep van de man zonder nadere motivering ongegrond.

 

U las al over de hofuitspraak in het bericht ‘Afwaardering van lening verkregen uit erfenis niet mogelijk’

 

Artikel: artikel 1 en 21 SW 1956

Meer informatie: Hoge Raad, 14 december 2012, LJN: BY6229

Filed Under: Estate Planning, Fiscaal nieuws, Nieuws

Reageer
Vorige artikel
Uitleg over wijze van bewijslastverdeling in WOZ-zaken
Volgende artikel
Ziekenhuizen leveren 66 miljoen in door btw-verhoging

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

nieuwe pensioenwet; transitie

Box 3 van jou of box 3 van mij?

In welke gevallen mogen fiscale partners de verdeling van hun gezamenlijke grondslag sparen en beleggen (box 3) nog wijzigen?

belastingrente

Ongespecificeerde rente eerst naar oudste schuldigerkenning

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat bij meerdere schuldigerkenningen een niet-gespecificeerde rentebetaling eerst aan de oudste schuld moet worden toegerekend. Omdat daardoor over de tweede schuldigerkenning niet tijdig en volledig rente is betaald, is art. 10 SW daarop van toepassing.

Economisch belang in onverdeelde aandelen vormt aanmerkelijk belang

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat een erfgenaam door haar economische belang in onverdeelde aandelen een aanmerkelijk belang heeft. Dat de aandelen niet op haar naam staan en tot een gemeenschap van vier erfgenamen behoren, maakt dit niet anders.

box 3 rendement

Heffingvrij vermogen verlaagt werkelijk rendement box 3 niet

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat bij box 3-rechtsherstel over het werkelijke rendement geen rekening wordt gehouden met het heffingvrije vermogen. De inspecteur heeft wel de hoorplicht geschonden.

waardering woning successiewet

Kapitalisatiefactor geldt ook bij tijdelijk vruchtgebruik

Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat de kapitalisatiefactor uit het Uitvoeringsbesluit Successiewet ook geldt voor een vruchtgebruik dat na uiterlijk één jaar eindigt. Toch wordt het beroep van de zoon gegrond verklaard, omdat de inspecteur tijdens de procedure alsnog rekening houdt met eigenaarslasten.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Online cursus Familiestichting en family governance

Specialisatieopleiding Estate Planning | PE Accreditatie

Online cursus De positie van het kind in het erfrecht en estate planning – Civiel en fiscaal

Online cursus Estate planning voor de AB-houder & inkomstenbelasting

Masterclass Het ideale testament – Bestaat dat echt?

AGENDA

Stoomcursus Erfrecht – Civiel en fiscaal – Het hele erfrecht in één dag!  | PE Accreditatie

Basiscursus Estate planning | PE Accreditatie

Specialisatieopleiding Vermogensstructurering

Specialisatieopleiding Estate Planning | PE Accreditatie

Webinar Fiscale wijzigingen 2027 | PE Accreditatie

Online cursus Btw-aangifte | PE Accreditatie

Online cursus Staken van de onderneming: (turbo)liquidatie, WHOA liquidatie akkoord | PE Accreditatie

Masterclass Overdrachtsbelasting | PE Accreditatie

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Online cursus Technisch aanmerkelijk belang | PE Accreditatie

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

Aanmelden

 

×