• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Aftrek advocaatkosten niet toegestaan

28 januari 2016 door Marieke Jansen

Uit de rechtspraak onder de oude wet IB 1964 volgt dat proceskosten in verband met beëindiging of vermindering van een alimentatieverplichting niet aftrekbaar zijn voor de inkomstenbelasting. A-G Niessen ziet geen aanleiding van die rechtspraak af te wijken.

Een echtscheidingsprocedure eindigde met een vaststellingsovereenkomst, waarna ter verrekening van de levensverzekeringen en koopsompolissen één bedrag aan de ex-echtgenote werd betaald. De man bracht deze som en de advocaatkosten in mindering op zijn belastbare inkomen. Volgens Advocaat-Generaal Niessen oordeelden de rechtbank en het hof eerder terecht dat geen aftrek van advocaatkosten mogelijk was. De huidige wet IB 2001 voorziet niet in de aftrek van deze kosten. Uit de rechtspraak die is ontwikkeld onder de oude wet IB 1964 volgt bovendien dat proceskosten gemaakt ter beëindiging of vermindering van een alimentatieverplichting of vergelijkbare procedures, geen aftrekbare kosten of persoonlijke verplichtingen vormen. De advocaatkosten van de ex-echtgenote zouden daarentegen zijn aan te merken als kosten tot behoud of verkrijging van een aangewezen periodieke uitkering of verstrekking, zodat die kosten wel aftrekbaar zijn. Aangezien het voorwerp van de procedure voor de ex-echtgenote niet anders is dan bij de ex-echtgenoot, ligt daarin een ongelijkheid in fiscale behandeling besloten maar van een verboden discriminatie is geen sprake. Nu bij de invoering van de Wet IB 2001 geen wijziging werd beoogd, adviseerde de A-G de Hoge Raad niet van die rechtspraak af te wijken.

Wet: artikelen 3.108, 6.1, 6.2 en 6.3 Wet IB 2001

Meer informatie: Parket bij de Hoge Raad, 17 december 2015 (gepubliceerd 22 januari 2016), ECLI:NL:PHR:2015:2476

Filed Under: Estate Planning, Fiscaal nieuws, Nieuws

Reageer
Vorige artikel
Scheepspatent nodig voor toepassing Rijnvarendenverdrag
Volgende artikel
EC: Nederlandse zeehavens Vpb-plichtig

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

nieuwe pensioenwet; transitie

Box 3 van jou of box 3 van mij?

In welke gevallen mogen fiscale partners de verdeling van hun gezamenlijke grondslag sparen en beleggen (box 3) nog wijzigen?

belastingrente

Ongespecificeerde rente eerst naar oudste schuldigerkenning

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat bij meerdere schuldigerkenningen een niet-gespecificeerde rentebetaling eerst aan de oudste schuld moet worden toegerekend. Omdat daardoor over de tweede schuldigerkenning niet tijdig en volledig rente is betaald, is art. 10 SW daarop van toepassing.

Economisch belang in onverdeelde aandelen vormt aanmerkelijk belang

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat een erfgenaam door haar economische belang in onverdeelde aandelen een aanmerkelijk belang heeft. Dat de aandelen niet op haar naam staan en tot een gemeenschap van vier erfgenamen behoren, maakt dit niet anders.

box 3 rendement

Heffingvrij vermogen verlaagt werkelijk rendement box 3 niet

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat bij box 3-rechtsherstel over het werkelijke rendement geen rekening wordt gehouden met het heffingvrije vermogen. De inspecteur heeft wel de hoorplicht geschonden.

waardering woning successiewet

Kapitalisatiefactor geldt ook bij tijdelijk vruchtgebruik

Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat de kapitalisatiefactor uit het Uitvoeringsbesluit Successiewet ook geldt voor een vruchtgebruik dat na uiterlijk één jaar eindigt. Toch wordt het beroep van de zoon gegrond verklaard, omdat de inspecteur tijdens de procedure alsnog rekening houdt met eigenaarslasten.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Masterclass Het ideale testament – Bestaat dat echt?

Verdiepingscursus Tweetrapsmakingen opzetten en afwikkelen

Online cursus Schenken en lenen in familieverband

Online cursus Samenhang testament, statuten & aandeelhoudersovereenkomst bij bedrijfsopvolging

Verdiepingscursus Erven en schenken

AGENDA

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Online cursus Technisch aanmerkelijk belang | PE Accreditatie

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Cursus Contracteren en managen van AI-systemen | PE Accreditatie

Verdiepingscursus Internationale aspecten loonheffing | PE Accreditatie

Pitstop casuscollege bedrijfsopvolging | PE Accreditatie

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Online cursus CV en bedrijfsopvolging

Online cursus Schenken en lenen in familieverband

Meerdaagse opleiding Vastgoedfiscaliteiten

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

Aanmelden

 

×