• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Collectief pensioen of individueel beleggen?

1 november 2016 door Tanja Verstelle

De staatssecretaris heeft voor de zaak de Btw afdracht van pensioenfondsen bij uitzondering een afschrift van zijn reactie op de conclusie A-G kort na indiening openbaar gemaakt.

De staatssecretaris van Financiën bepleit in zijn reactie de overeenkomsten met de zaak Wheels en de zaak ATP die voor het Europese hof van Justitie zijn geweest. Verder onderstreept hij de overeenkomst met pensioen/lijfrente producten waarover verzekeraars ook btw betalen.

 

In zijn reactie op de zaak ATP (zie: Analyse ATP PensionService A/S-arrest) legde de staatssecretaris eerder al uit dat zijn inziens het essentiële verschil tussen btw belaste en btw vrije pensioenafspraken was of er sprake was van collectieve of echt individuele opbouw. Uitsluitend in het laatste geval was er overeenkomst met btw vrije beleggingsproducten. Bij Defined Benefit (DB) regelingen en veel Defined Contibrution (DC) fondsen was volgens hem sprake van een collectieve regeling. In feite herhaalt de staatssecretaris die mening in zijn reactie op de conclusie A-G.

 

Wheels / ATP

In de zaak ATP (C-464/12) bevestigde het Europees hof van Justitie zijn oordeel uit de eerdere Wheels zaak (C-424/11). In die zaak (Wheels) besliste het Europese Hof van Justitie dat een pensioenfonds waarbij de pensioenuitkeringen vaststaan (die dus een DB-regeling uitvoeren zoals in Nederland) niet als ‘gemeenschappelijk beleggingsfonds’ wordt aangemerkt. Dat was ook het geval als een dergelijk pensioenfonds deelneemt in een beleggingsfonds. Het beleggingsrisico lag in dat geval namelijk bij de werkgever en niet bij het pensioenfonds. Het beleggingsfonds was bovendien niet openbaar voor het publiek, maar uitsluitend bedoeld om bijdragen van de werkgever voor de pensioenregeling te storten ter nakoming van zijn verplichtingen ten opzichte van de werknemers.

 

Eerste overeenkomst: Indexatiestreven en afstempeling

De A-G concludeerde dat de voorliggende zaak zou verschillen van Wheels omdat de deelnemers in deze zaak het risico van non-indexatie en afstempeling (niet verhogen of verminderen van uitkeringen) dragen. Volgens de A-G was dat in de zaak Wheels niet zo, omdat de werkgever een onbeperkte bijstortingsverplichting zou hebben. In zijn reactie geeft de staatssecretaris aan dat dat verschil er niet zo is. Ook in de zaak Wheels kon het pensioenfonds de uitkeringen aan de deelnemers verminderen als de werkgever onvoldoende bijstortte. Als extra bijstortingen plaatsvinden is er minder loonruimte. Via het arbeidsvoorwaardenpakket ligt het risico van hoge bijstortingen of premies in beide zaken daardoor uiteindelijk ook bij de werknemer. Concluderend: het is de aanwezigheid van een indexatiestreven en afstempeling die kenmerkend is voor een pensioenproduct en zich niet voordoet bij gewone beleggingsfondsen.

 

Tweede overeenkomst: Solidariteit

Een tweede kenmerkend verschil van de voorliggende pensioenregeling met gewone beleggingsproducten waarover geen btw hoeft te worden betaald is volgens de staatssecretaris de onderlinge solidariteit. Er is in de voorliggende zaak niet sprake van een individuele opbouw zoals bij een individueel beleggingsproduct maar van een inleg in een fonds ten laste waarvan de uitkeringen gaan. De aanspraak is bovendien niet evenredig met de inleg. De premie is voor elke deelnemer gelijk en bij arbeidsongeschiktheid is zelfs sprake van premievrije opbouw.

Meer informatie: : Brief Fiscale moties en toezeggingen; afschrift reactie conclusie advocaat-generaal, 26 oktober 2016

Filed Under: Arbeid & loon, Fiscaal nieuws, Nieuws

Reageer
Vorige artikel
Subsidie voor uitgaven monumentenpanden toegelicht
Volgende artikel
Schoonmaakcarrousel

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

dga-salaris

Gepensioneerde dga ontkomt niet aan gebruikelijk loon

Rechtbank Gelderland oordeelt dat de dga geen feiten en omstandigheden aannemelijk maakt die een lager gebruikelijk loon dan het normbedrag van € 47.000 rechtvaardigen. Dat hij met pensioen is en de bedrijfsactiviteiten zijn afgebouwd, is daarvoor onvoldoende.

thuiswerken

Standpunt budget arbovoorzieningen

De Kennisgroep loonheffing algemeen heeft een standpunt ingenomen over de toepassing van de gerichte vrijstelling voor arbovoorzieningen in het geval de werkgever een (maximaal) budget ter beschikking stelt voor de aanschaf van arbovoorzieningen door de werknemer.

loonkloof

Wijziging Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011 en Regeling loonbelastingen premietabellen 1990

Deze regeling wijzigt de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011 en de Regeling loonbelasting- en premietabellen 1990. De belangrijkste wijzigingen betreffen de introductie van een eindheffing voor de eenmalige WIA-vergoeding wegens een onjuist dagloon en de aanpassing van de samenvoegbepaling voor socialezekerheidsuitkeringen die via de werkgever worden uitbetaald.

jongeren; studenten

Standpunt vrijstelling scholingskosten studietoelagen kinderen

De Kennisgroep loonheffing algemeen heeft een standpunt ingenomen naar aanleiding van de vraag of een werkgever de gerichte vrijstelling voor scholingskosten kan toepassen op een studietoelage aan het kind van de werknemer.

dga; directeur; geld lenen; bv

Standpunt gebruikelijk loon niet reële overeenkomst van opdracht bij toepassing doorbetaaldloonregeling

De Kennisgroep loonheffing algemeen heeft een standpunt ingenomen over de toepassing van de doorbetaaldloonregeling en de gebruikelijkloonregeling als sprake is van een niet reële overeenkomst van opdracht. Het standpunt KG:204:2022:21 wordt hierbij ingetrokken.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Online cursus introductie participatieregelingen en lucratieve belangen

Pitstop Actualiteiten Loonheffing

Masterclass Management- en werknemersparticipatie

Online cursus Gebruikelijk loon 2026

Webinar zzp dossier, wanneer is er wel of niet sprake van schijnzelfstandigheid?

AGENDA

Online cursus Schenken en lenen in familieverband

Meerdaagse opleiding Vastgoedfiscaliteiten

Stoomcursus AI voor Fiscale professionals

Online cursus toepassing box 3 in de praktijk

Future Fit Professionals

Stoomcursus btw en internationaal zakendoen

Online cursus Immigrerende DGA’s: fiscale gevolgen en sociale zekerheid bij migratie naar Nederland

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Online cursus BTW, factuurvereisten en ViDA

Verdiepingscursus Tweetrapsmakingen opzetten en afwikkelen

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

Aanmelden

 

×