• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Rechter moet buitenlandse btw-fraude onderzoeken

23 maart 2016 door Remco Latour

Op basis van Europees recht moet de Belastingdienst de toepassing van het nultarief en aftrek van btw bij intracommunautaire leveringen respectievelijk verwervingen weigeren als de desbetreffende ondernemer wist dat zijn handelingen deel uitmaakten van btw-fraude. Het recht op toepassing op het nultarief komt ook te vervallen als de btw-fraude alleen in het buitenland heeft plaatsgevonden. De belastingrechter mag daarom niet zomaar voorbij gaan aan de stelling dat de ondernemer was betrokken bij buitenlandse btw-fraude.

De Hoge Raad bracht dit naar voren in een recente zaak. De Hoge Raad verwees naar het antwoord op prejudiciële vragen door het Hof van Justitie van de EU (18 december 2014, nrs. C-131/13, C-163/13 en C-164/13). Het Hof had benadrukt dat lidstaten verplicht zijn om de aftrek van voorbelasting en toepassing van het nultarief bij intracommunautaire transacties te weigeren als de ondernemer wist of had moeten weten dat hij was betrokken bij btw-fraude. Deze plicht geldt ook als de btw-fraude heeft plaatsgevonden in een andere lidstaat dan de lidstaat waar de ondernemer het nultarief of de aftrek van voorbelasting wil toepassen. Dat de nationale wet niet voorziet in een uitsluiting van deze faciliteiten, doet niets af aan deze verplichting. De Nederlandse belastingrechter mag daarom in fiscale geschillen mogelijke betrokkenheid van de ondernemer bij buitenlandse btw-fraude niet buiten beschouwing laten.

 

Wet: artikelen 17b  en 30, eerste lid en Tabel II, onderdeel a, post 6 Wet OB 1968

Meer informatie: Hoge Raad, 18 maart 2016, ECLI:NL:HR:2016:442

Filed Under: BTW & overdrachtsbelasting, Fiscaal nieuws, Nieuws

Reageer
Vorige artikel
DGA speelt in op fiscale kaders en prikkels
Volgende artikel
Zwitserse rechtbank steekt stokje voor bekendmaking zwartspaarders

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

Standpunt levering onder bezwarende titel en goedkeuring samenloopvrijstelling bij fusie

De Kennisgroep overdrachtsbelasting beantwoordt in samenwerking met de Kennisgroep omzetbelasting de vraag of bij de overgang van een goed in het kader van een vereenvoudigde zusterfusie sprake is van een levering van een goed onder bezwarende titel. Daarnaast beantwoordt de Kennisgroep overdrachtsbelasting zelfstandig of de in paragraaf 2.2.2 van het Besluit samenloopvrijstelling opgenomen goedkeuring van... lees verder

waterbassin

Standpunt waterbassin en toepassing cultuurgrondvrijstelling

De Kennisgroep overdrachtsbelasting geeft antwoord op de vraag of de verkrijging van een waterbassin of de ondergrond daarvan onder de cultuurgrondvrijstelling van artikel 15, eerste lid, onderdeel q, WBR valt.

Standpunt btw-tarief plaatsen balkonbeglazing

De Kennisgroep omzetbelasting heeft een vraag beantwoord over het btw-tarief voor het plaatsen van balkonbeglazing.

Standpunten Kennisgroep omzetbelasting ingetrokken wegens opname in Besluit Toelichting Tabel I en II

De Kennisgroep omzetbelasting heeft standpunten ingetrokken in verband met de inwerkingtreding van het besluit van 8 februari 2026, Stcrt 2026, 6674 en het besluit van 22 december 2025, Stcrt 2025, 39463.

vastgoed

Btw wordt verlegd omdat renovatie-bv eigenbouwer is

Hof Den Haag oordeelt dat een bv die circa 200 panden volgens een eigen standaardconcept laat renoveren, als eigenbouwer kwalificeert. Daardoor geldt de verleggingsregeling voor de omzetbelasting.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Nationaal Btw Congres 2026

Masterclass Overdrachtsbelasting

Masterclass Btw-processen in SAP S/4HANA

AGENDA

Verdiepingscursus Internationale estate planning

Masterclass Pillar 2 – Wet minimumbelasting 2024 (Pijler 2)

Stoomcursus Estate planning praktisch ingezet

Masterclass communicatie voor de fiscale professional – pitchen, moeilijke gesprekken & presenteren

Masterclass De positie van de samenwoner in de inkomstenbelasting, relatievermogensrecht en vermogensplanning – Civiel en fiscaal

Nationaal Btw Congres 2026

Online cursus introductie participatieregelingen en lucratieve belangen

Online cursus Internationale aspecten van Nederlandse belastingwetgeving

Online cursus Auto van de zaak

Online cursus Staken van de onderneming: (turbo)liquidatie, WHOA liquidatie akkoord

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

Aanmelden

 

×