• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Wijzigingen in tijdelijke contracten en ontslagrecht

21 februari 2014 door

Opeens is het snel gegaan met de wet die onder meer het ontslagrecht ingrijpend wijzigt. Vorige week werd de Wet Werk en Zekerheid aangenomen door de Tweede Kamer. Het wetsvoorstel moet nog worden behandeld in de Eerste Kamer.

In het wetsvoorstel Wet Werk en Zekerheid staan onder meer wijzigingen op het gebied van de ketenbepaling, het ontslagrecht, de transitievergoeding en de WW. Het kabinet meent dat de wet ervoor zorgt dat werknemers een betere positie krijgen en weerbaar worden gemaakt in een snel veranderende arbeidsmarkt.

 

Tijdelijke contracten

Voor tijdelijke contracten wijzigt het een en ander. Zo mag het concurrentiebeding straks niet meer worden opgenomen in tijdelijke contracten, behalve als sprake is van zwaarwichtige bedrijfsbelangen. Bovendien mogen werkgevers geen proeftijd meer opnemen in een arbeidscontract van maximaal zes maanden. Daarnaast komt er voor tijdelijke contracten met een duur van zes maanden of langer een ‘aanzegplicht’. Arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd eindigen in beginsel van rechtswege, tenzij schriftelijk is overeengekomen dat voorafgaande opzegging nodig is. Om de werknemer meer duidelijkheid te geven is nu voorgesteld dat de werkgever de tijdelijke kracht uiterlijk een maand voor het verlopen van zijn contract schriftelijk moet laten weten of en onder welke voorwaarden het contract zal worden verlengd. Als de werkgever niet (op tijd) meldt, eindigt het contract nog wel, maar moet de werkgever een vergoeding van een maand betalen of naar rato dat hij te laat is geweest. Deze wijzigingen moeten per 1 juli 2014 in werking treden.

 

Ketenbepaling

Een meerderheid in de Tweede Kamer heeft besloten de wijziging  van de zogenoemde ketenbepaling met een jaar uit te stellen tot 1 juli 2015, op hetzelfde moment dat de wijzigingen in het ontslagrecht inwerkingtreden. De wijziging houdt in dat werknemers niet na drie jaar, zoals nu, maar al na twee jaar aanspraak kunnen maken op een vast contract. Er mogen binnen die twee jaar nog wel steeds drie tijdelijke contracten worden aangeboden. Daarnaast staat in het wetsvoorstel dat de ketenbepaling opnieuw gaat lopen als er zes maanden tussen twee contracten bij dezelfde werkgever heeft gezeten. Dat is nu is nog een periode van drie maanden.

 

Ontslag

De preventieve ontslagtoets blijft, maar er komt een vast voorgeschreven route: ontslagaanvragen om bedrijfseconomische reden en wegens langdurige arbeidsongeschiktheid gaan vanaf 1 juli 2015 via het UWV en ontslagaanvragen om persoonlijke redenen of verstoorde arbeidsomstandigheden gaan via de kantonrechter. Tegen de uitspraak van de kantonrechter is beroep mogelijk tot aan de Hoge Raad. Het is de bedoeling dat de procedures minder tijd zullen kosten. Nu krijgt de ene werknemer, via de kantonrechter, een gouden handdruk, terwijl de andere werknemer, via het UWV, zonder vergoeding op straat komt te staan. Dat verschil komt te vervallen. De verplichting tot het vragen van toestemming aan het UWV of om de kantonrechter te verzoeken de  arbeidsovereenkomst te ontbinden, geldt als de werknemer niet instemt met het ontslag.

 

Transitievergoeding

Alle werknemers krijgen vanaf 1 juli 2015 na beëindiging van een arbeidsovereenkomst van ten minste twee jaar recht op een transitievergoeding die gebruikt kan worden voor scholing en om over te stappen naar een andere baan of een ander beroep. Dit is ongeacht de route via het UWV of de kantonrechter. De vergoeding is over de eerste tien jaar van de arbeidsovereenkomst gelijk aan een derde van het maandsalaris per dienstjaar en na het tiende dienstjaar een half maandsalaris per dienstjaar. Voor werknemers boven de 50 die langer dan 10 jaar in dienst zijn geweest, geldt één maandsalaris per dienstjaar. De transitievergoeding wordt gemaximeerd op een bedrag van € 75.000, of op een bedrag gelijk aan ten hoogste het jaarsalaris van de werknemer als dat hoger is dan € 75.000. Voor kleine werkgevers (met minder dan 25 werknemers) komt een overgangstermijn. Zij mogen tot 2020 een lagere ontslagvergoeding betalen als zij personeel gedwongen moeten ontslaan vanwege een slechte financiële situatie.

 

WW-uitkering

De maximale duur van door de overheid betaalde WW wordt van 1 januari 2016 tot 2019 stapje voor stapje teruggebracht van 38 naar 24 maanden. Werkgevers en werknemers kunnen in de cao afspraken maken om de WW-uitkeringen na 24 maanden – tot 38 maanden – zelf te betalen. Voor de opbouw van het recht op een WW-uitkering wordt aangesloten bij het arbeidsverleden. De eerste tien jaar bouwt de werknemer één maand WW-uitkering op per jaar arbeidsverleden. Voor de jaren daarna geldt dat elk jaar arbeidsverleden leidt tot een langere WW-duur van een halve maand. Het arbeidsverleden dat werknemers hebben opgebouwd vóór 2016 wordt gerespecteerd. Van mensen die langer dan een half jaar in de WW zitten, wordt verwacht dat ze al het beschikbare werk aanvaarden. Als mensen dan minder loon krijgen dan de WW-uitkering bedraagt, wordt dat bedrag aangevuld vanuit de WW.

 

Wetsvoorstel: Tweede Kamer, 18 februari 2014, nr. 33.818

 

Wilt u meer weten over wat er precies gaat wijzigen en wat dit voor uw praktijk zal betekenen? Kom dan op 3 april naar de PE-Pitstop Ontslagrecht 2.0. Aan de hand van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd zullen de wijzigingen in het kader van flexibele arbeidsrelaties worden besproken. De deelnemers hebben aan het einde van de cursus een nieuw model arbeidsovereenkomst die in de eigen praktijk gebruikt kan worden.

Meer informatie: PE-Pitstop Ontslagrecht 2.0

Filed Under: Arbeid & loon, Nieuws, Verdieping

Reageer
Vorige artikel
Geen urenregistratie betekent geen zelfstandigenaftrek
Volgende artikel
SMCO kan onzekerheid omtrent BOF-procedure niet wegnemen

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

dga-salaris

Gepensioneerde dga ontkomt niet aan gebruikelijk loon

Rechtbank Gelderland oordeelt dat de dga geen feiten en omstandigheden aannemelijk maakt die een lager gebruikelijk loon dan het normbedrag van € 47.000 rechtvaardigen. Dat hij met pensioen is en de bedrijfsactiviteiten zijn afgebouwd, is daarvoor onvoldoende.

thuiswerken

Standpunt budget arbovoorzieningen

De Kennisgroep loonheffing algemeen heeft een standpunt ingenomen over de toepassing van de gerichte vrijstelling voor arbovoorzieningen in het geval de werkgever een (maximaal) budget ter beschikking stelt voor de aanschaf van arbovoorzieningen door de werknemer.

loonkloof

Wijziging Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011 en Regeling loonbelastingen premietabellen 1990

Deze regeling wijzigt de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011 en de Regeling loonbelasting- en premietabellen 1990. De belangrijkste wijzigingen betreffen de introductie van een eindheffing voor de eenmalige WIA-vergoeding wegens een onjuist dagloon en de aanpassing van de samenvoegbepaling voor socialezekerheidsuitkeringen die via de werkgever worden uitbetaald.

jongeren; studenten

Standpunt vrijstelling scholingskosten studietoelagen kinderen

De Kennisgroep loonheffing algemeen heeft een standpunt ingenomen naar aanleiding van de vraag of een werkgever de gerichte vrijstelling voor scholingskosten kan toepassen op een studietoelage aan het kind van de werknemer.

dga; directeur; geld lenen; bv

Standpunt gebruikelijk loon niet reële overeenkomst van opdracht bij toepassing doorbetaaldloonregeling

De Kennisgroep loonheffing algemeen heeft een standpunt ingenomen over de toepassing van de doorbetaaldloonregeling en de gebruikelijkloonregeling als sprake is van een niet reële overeenkomst van opdracht. Het standpunt KG:204:2022:21 wordt hierbij ingetrokken.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Webinar zzp dossier, wanneer is er wel of niet sprake van schijnzelfstandigheid?

Pitstop Actualiteiten Loonheffing

Online cursus introductie participatieregelingen en lucratieve belangen

Masterclass Management- en werknemersparticipatie

Online cursus Gebruikelijk loon 2026

AGENDA

Online cursus Schenken en lenen in familieverband

Meerdaagse opleiding Vastgoedfiscaliteiten

Stoomcursus AI voor Fiscale professionals

Online cursus toepassing box 3 in de praktijk

Future Fit Professionals

Stoomcursus btw en internationaal zakendoen

Online cursus Immigrerende DGA’s: fiscale gevolgen en sociale zekerheid bij migratie naar Nederland

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Online cursus BTW, factuurvereisten en ViDA

Verdiepingscursus Tweetrapsmakingen opzetten en afwikkelen

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

Aanmelden

 

×