• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

LJN: BW1027, Rechtbank ‘s-Gravenhage, AWB 11/4612

4 mei 2012 door redactie

IB/PVV 2007. Eiser was in het jaar 2007 als managing director in dienstbetrekking werkzaam bij een in Nederland gevestigde dochtervennootschap van een Zweedse moedermaatschappij. In geschil is of bij het bepalen van het met de uitoefening van de opties verkregen voordeel dient te worden uitgegaan van de waarde van de aandelen op het moment waarop de aandelen feitelijk aan eiser zijn geleverd, hetgeen eiser bepleit, of van de waarde van de aandelen op het moment waarop eiser de opties heeft uitgeoefend, hetgeen verweerder stelt. Indien deze vraag in de door verweerder voorgestane zin moet worden beantwoord, is in geschil of en in hoeverre op de koers van de aandelen een afwaardering ter zake van “trading restrictions” dient te worden toegepast. Gelet op de duidelijke bewoordingen van artikel 10a, eerste lid, van de Wet op de Loonbelasting 1964 is de rechtbank van oordeel dat bij de berekening van het voordeel dat door eiser ter zake van de uitoefening van de opties is genoten, dient te worden uitgegaan van de waarde van de aandelen op het moment van uitoefening van de opties. De rechtbank volgt het eensluidende standpunt van partijen dat aan de blokkeringsperiode (lock-up) een waardedrukkend effect kan worden toegekend. Gelet op het vorenstaande is het beroep door de rechtbank gegrond verklaard.

Meer informatie: http://zoeken.rechtspraak.nl/ResultPage.aspx?snelzoeken=t&searchtype=ljn&ljn=BW1027

Filed Under: Jurisprudentie

Reageer
Vorige artikel
LJN: BW1048, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 20-004640-10
Volgende artikel
LJN: BW0354, Rechtbank 's-Gravenhage, AWB 11/7727

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

verlies op certificaten

Tweede NnavV Wet werkelijk rendement box 3

Het kabinet houdt vast aan de invoering van de Wet werkelijk rendement box 3 per 1 januari 2028. Het wetsvoorstel belast het werkelijke rendement uit sparen en beleggen en moet een einde maken aan de tekortkomingen van het huidige forfaitaire stelsel. Tegelijkertijd benadrukt staatssecretaris Eerenberg dat de voorgestelde vermogensaanwasbelasting slechts een tussenstap is naar een volledige vermogenswinstbelasting.

CO2-heffing

Kabinet kiest voor Europese aanpak overwinsten energiebedrijven

Het kabinet ziet aanwijzingen voor hogere marges in delen van de olie- en gassector, maar kiest vooralsnog niet voor een nationale overwinstbelasting. Wel blijft Nederland in Europees verband aandringen op onderzoek naar en mogelijke belasting van eventuele overwinsten.

ECLI:NL:RBNNE:2026:2148 Rechtbank Noord-Nederland, 02-06-2026, AWB_24-4412

Leges omgevingsvergunning voor het bouwen van een nieuwbouwwoning/ Algemeen belang-individueel belang/Het tarief voor de leges is in 2024 verlaagd, maar bijkomende kosten voor de kwaliteitsborging komen nu voor rekening van de aanvrager. Dit is toe te schrijven aan keuzes die de wetgever heeft gemaakt bij het wijzigen van de wetgeving op het gebied van ruimtelijke... lees verder

ECLI:NL:RBNNE:2026:2132 Rechtbank Noord-Nederland, 02-06-2026, LEE 25/1196

De rechtbank oordeelt dat de inspecteur terecht een navorderingsaanslag heeft opgelegd. Er is sprake van een fout als bedoeld in artikel 16, tweede lid, onderdeel c, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen. Die fout was ook redelijkerwijs kenbaar voor eiser. De naheffingaanslag is niet te hoog. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij op grond... lees verder

ECLI:NL:RBNNE:2026:2131 Rechtbank Noord-Nederland, 02-06-2026, LEE 24/5037

De rechtbank oordeelt dat eisers niet aannemelijk maken dat een groter deel van het vermogen van de onderneming als ondernemingsvermogen moet worden aangemerkt voor de doorschuifregeling van artikel 4.17a van de Wet inkomstenbelasting 2001. Meer informatie: https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:2131&pk_campaign=rss&pk_medium=rss&pk_keyword=uitspraken

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

AGENDA

Online cursus De positie van het kind in het erfrecht en estate planning – Civiel en fiscaal

Online cursus BTW, factuurvereisten en ViDA

Verdiepingscursus Tweetrapsmakingen opzetten en afwikkelen

Stoomcursus Tax accounting

Online cursus De positie van het kind in het erfrecht en estate planning – Civiel en fiscaal

Online cursus afwaarderen & kwijtschelden van vorderingen

Masterclass Belastingcontrole met steekproeven vs Tax Monitoring

Online cursus Afwikkeling van overnameregelingen in firmacontract en statuten

Verdiepende AI training voor de fiscale praktijk

Online cursus Familiestichting en family governance

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

Aanmelden

 

×