
Filed Under: Vennootschapsbelasting
Taxence
door Jelle Berghuis
Contractonderzoek voor (semi-)publieke opdrachtgevers kan meetellen als bekostiging uit publieke middelen, waardoor de onderzoeksvrijstelling van art. 6b Wet Vpb van toepassing kan zijn.
De Hoge Raad verklaart het driedrachtsvermoeden van art. 14a Wet vpb onverenigbaar met de Fusierichtlijn. De inspecteur moet eerst bewijzen dat geen zakelijke redenen bestaan voor een splitsing; het hof legde de bewijslast onjuist bij de vennootschap. De zaak is verwezen.
Door cessie wordt de bv zowel schuldeiser als schuldenaar van een rc-schuld. De schuld gaat door vermenging teniet en de vrijval is belast als kwijtscheldingswinst.
Een adviesbureau krijgt een navorderingsaanslag vpb opgelegd nadat in een later jaar blijkt dat schulden die door een gelieerde partij zijn kwijtgescholden, ten onrechte niet als belaste winst zijn verantwoord. Rechtbank Noord-Nederland oordeelt dat de inspecteur bevoegd was te navorderen en dat de kwijtschelding terecht in de heffing is betrokken.
Rechtbank Gelderland oordeelt dat een Curaçaose vennootschap in Nederland is gevestigd omdat de werkelijke leiding daar werd uitgeoefend. De boeten worden vernietigd omdat de aandeelhouder mocht vertrouwen op zijn fiscaal adviseur.
Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag
Geef een reactie