• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Belastingplan
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Een fiscaal ongeluk komt nooit alleen

4 maart 2021 door Remco Latour

Sommige stichtingen vormen een gemeenschap. Dient zo’n gemeenschap met haar werkzaamheden vooral de belangen van haar bewoners? Dat kan haar status van algemeen nut beogende instelling in gevaar brengen. En als de fiscus merkt dat de werkzaamheden kwalificeren als ondernemingsactiviteiten, dreigt een tweede probleem. De stichting is dan namelijk in principe (gedeeltelijk) vennootschapsbelastingplichtig.

Een stichting had mede als statutair doel het vormen van een gemeenschap van aanhangers van een relationele levensbeschouwing. Daartoe verschafte de stichting woongelegenheid aan mensen die wilden samenwonen op basis van het relationele leven. De stichting was gevestigd in een wooncomplex met veertien appartementen, acht gezinswoningen en een gemeenschappelijk huis. In 1991 had de Belastingdienst de stichting aangemerkt als algemeen nut beogende instelling (ANBI). Naar aanleiding van een boekenonderzoek trok de inspecteur de ANBI-status in. Deze intrekking had terugwerkende kracht tot 31 december 2011. De stichting ging in beroep tegen de intrekking van de ANBI-status.

Algemeen belang onvoldoende gediend

De stichting beweert dat zij met haar zorgdoelstellingen voor minstens 90% het algemeen belang dient. Maar de rechtbank merkt op dat de uitgaven van de stichting naast zorgkosten vooral zien op het in standhouden van de gemeenschap en het wooncomplex. Daarmee zien de uitgaven op de eigen bewoners van de gemeenschap in plaats van op het welzijn van derden. Verder bedraagt het aantal zorgbehoevende (tijdelijke) bewoners ongeveer de helft van het totale aantal bewoners. Ook dat wijst op het onvoldoende dienen van het algemeen belang. Bovendien heeft de stichting in 2016 aan haar oprichter een bedrag van € 220.000 vergoed of geschonken. Ook dat is in strijd met de voorwaarden voor de ANBI-status. Ten slotte kan de stichting niet aannemelijk maken dat bij haar te honoreren vertrouwen is opgewekt. De rechtbank oordeelt dat de ANBI-status terecht is ingetrokken.

Vpb-plicht

Maar de intrekking van de ANBI-status is niet het enige fiscale probleem voor de stichting. Naar aanleiding van het boekenonderzoek heeft de inspecteur ook geconstateerd dat de stichting vennootschapsbelastingplichtig is. Daarom heeft de Belastingdienst de stichting navorderingsaanslagen vennootschapsbelasting opgelegd. De stichting gaat ook daartegen in beroep. Maar de rechtbank oordeelt ten eerste dat de stichting een onderneming drijft. Dat onder andere vrijwilligers de werkzaamheden verrichten, doet daar niets aan af. De stichting neemt ook deel aan het economische verkeer. Daarnaast blijkt zij in diverse jaren winst te hebben behaald. In 2016 leed zij wel een verlies, maar dat kwam door de betaling van € 220.000. Die betaling is echter niet uitsluitend aan 2016 toe te rekenen. Ten slotte meent de rechtbank dat de subjectieve vrijstelling voor zorginstellingen evenmin van toepassing is. Gezien al haar werkzaamheden van de stichting kwalificeert zij niet voor deze vrijstelling. De navorderingsaanslag is terecht opgelegd.

Wet: art. 5b AWR en art. 2, eerste lid, onderdeel e en 5, eerste lid, onderdeel c Wet Vpb 1969

Regeling: art. 1a, eerste lid, onderdeel e UR AWR 1994

Bronnen: Rechtbank Gelderland 10 februari 2021 (gepubliceerd 2 maart 2021), ECLI:NL:RBGEL:2021:623, AWB 19/7430 en Rechtbank Gelderland 10 februari 2021 (gepubliceerd 2 maart 2021), ECLI:NL:RBGEL:2021:624, ARN 19/7388, 19/7390 tot en met 19/7392

Filed Under: Estate Planning, Fiscaal nieuws, Nieuws

Reageer
Vorige artikel
Zorgen om terugbetalen coronasteun na opening
Volgende artikel
Box 3-stelsel is sinds 2017 voldoende redelijk

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

nieuwe pensioenwet; transitie

Box 3 van jou of box 3 van mij?

In welke gevallen mogen fiscale partners de verdeling van hun gezamenlijke grondslag sparen en beleggen (box 3) nog wijzigen?

belastingrente

Ongespecificeerde rente eerst naar oudste schuldigerkenning

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat bij meerdere schuldigerkenningen een niet-gespecificeerde rentebetaling eerst aan de oudste schuld moet worden toegerekend. Omdat daardoor over de tweede schuldigerkenning niet tijdig en volledig rente is betaald, is art. 10 SW daarop van toepassing.

Economisch belang in onverdeelde aandelen vormt aanmerkelijk belang

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat een erfgenaam door haar economische belang in onverdeelde aandelen een aanmerkelijk belang heeft. Dat de aandelen niet op haar naam staan en tot een gemeenschap van vier erfgenamen behoren, maakt dit niet anders.

box 3 rendement

Heffingvrij vermogen verlaagt werkelijk rendement box 3 niet

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat bij box 3-rechtsherstel over het werkelijke rendement geen rekening wordt gehouden met het heffingvrije vermogen. De inspecteur heeft wel de hoorplicht geschonden.

waardering woning successiewet

Kapitalisatiefactor geldt ook bij tijdelijk vruchtgebruik

Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat de kapitalisatiefactor uit het Uitvoeringsbesluit Successiewet ook geldt voor een vruchtgebruik dat na uiterlijk één jaar eindigt. Toch wordt het beroep van de zoon gegrond verklaard, omdat de inspecteur tijdens de procedure alsnog rekening houdt met eigenaarslasten.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Pitstop casuscollege bedrijfsopvolging | PE Accreditatie

Congres Estate Planning 2026

Verdiepingscursus Afwikkeling van nalatenschappen

Stoomcursus Erfrecht – Civiel en fiscaal – Het hele erfrecht in één dag!  | PE Accreditatie

Online cursus De positie van het kind in het erfrecht en estate planning – Civiel en fiscaal

AGENDA

Stoomcursus Erfrecht – Civiel en fiscaal – Het hele erfrecht in één dag!  | PE Accreditatie

Basiscursus Estate planning | PE Accreditatie

Specialisatieopleiding Vermogensstructurering

Specialisatieopleiding Estate Planning | PE Accreditatie

Webinar Fiscale wijzigingen 2027 | PE Accreditatie

Online cursus Btw-aangifte | PE Accreditatie

Online cursus Staken van de onderneming: (turbo)liquidatie, WHOA liquidatie akkoord | PE Accreditatie

Masterclass Overdrachtsbelasting | PE Accreditatie

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Online cursus Technisch aanmerkelijk belang | PE Accreditatie

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

Aanmelden

 

×