• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Koop kleine lijfrentepolis straffeloos af

22 juni 2021 door Remco Latour

De Belastingdienst heeft vragen en antwoorden gepubliceerd over de afkoop van een lijfrentepolis met een lage waarde.

Afkoop lijfrentepolis

Onder voorwaarden en binnen bepaalde grenzen zijn de premies voor een lijfrentepolis aftrekbaar als uitgaven voor inkomensvoorzieningen. Als de verzekerde echter niet meer voldoet aan de voorwaarde, kan de Belastingdienst dat fiscale voordeel keihard terugnemen. Bij een afkoop van een fiscaal gefacilieerde lijfrentepolis zijn bijvoorbeeld zowel de afgetrokken premies als het daarover behaalde rendement belast als negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen. Bovendien zal de verzekerde 20% revisierente moeten betalen over de waarde van de afgekochte aanspraken.

Afkoop kleine lijfrente

Deze sanctie blijft echter in principe achterwege als:

  • van de afgekochte aanspraak nog geen termijnen zijn vervallen;
  • in een keer de uitbetaling van de afkoopsom plaatsvindt; en
  • de waarde in het economische verkeer van de aanspraak hooguit € 4.547 (bedrag 2021) bedraagt. De Belastingdienst merkt deze waarde wel aan als een lijfrente-uitkering.

Moment berekening afkoopwaarde

De Belastingdienst behandelt de vraag op welk moment men moet toetsen of de afkoopwaarde binnen de grens van € 4.547 blijft. Daarvoor moet men kijken naar het tijdstip dat de afkoop direct voorafgaat. Daarbij gaat de fiscaliteit ervan uit dat de afkoop plaatsvindt op het tijdstip dat de verzekerde en de financiële instelling zijn overeengekomen. In de praktijk kan men doorgaans het bedrag van de afkoopsom toepassen die op de mededeling van de financiële instelling staat. Men dient wel erop te letten dat de wettelijke termijn voor het ingaan voor de lijfrente nog niet is verstreken. Bij die overschrijding wordt de rente namelijk geacht te zijn afgekocht. De afkoopregeling voor kleine lijfrenten is dan niet van toepassing.

Berekening van afkoopwaarde

Bij het toetsen aan de voorwaarden voor de afkoopregeling voor kleine lijfrenten moet men in principe de waarden van alle lijfrenten bij dezelfde financiële instelling optellen. Daarbij gaat het bovendien alleen om polissen waarvan nog geen termijnen zijn ingegaan. Lijfrenten waarop uitsluitend het pre-Brede Herwaarderingsregime van toepassing zijn, tellen evenmin mee. Het is overigens mogelijk dat de verzekerde verschillende polissen is aangegaan bij verschillende lichamen, die wel tot hetzelfde concern behoren. In deze situatie hoeft de verzekerde de polissen bij de verschillende concernlichamen niet bij elkaar op te tellen.

Niet afgetrokken lijfrente

Het is mogelijk dat de polishouder maar een deel van zijn betaalde premies kon aftrekken. Bijvoorbeeld doordat hij zijn jaarruimte heeft overschreden. De aftrekbaarheid van de premies is echter irrelevant voor de afkoopwaarde voor de afkoopregeling voor kleine lijfrenten. De integrale waarde van de polis mag de € 4.547 niet overtreffen.

Nabestaandenlijfrente

Een nabestaandenlijfrente kan toekomen aan meer dan een persoon. In dat geval moeten alle gerechtigden voor de aan hen toekomende waarde een lijfrente doen ingaan. Op ieder van die lijfrenten kan de afkoopregeling kleine lijfrenten eventueel van toepassing zijn. Zolang de waarde het maximum maar niet overschrijdt. Zodra iemand door het overlijden van een ander recht heeft gekregen op een nabestaandenlijfrente, kan hij deze fiscaal niet meer geruisloos omzetten in een ander type lijfrente. Bij het toetsen aan het maximum voor de afkoopregeling hoeft hij andere typen lijfrenten die bij dezelfde financiële instelling zijn ondergebracht, niet samen te tellen met de nabestaandenlijfrente.

Splitsing van lijfrente bij echtscheiding

De Belastingdienst gaat ook in op de gevolgen van een splitsing en toedeling van de lijfrente bij echtscheiding. Het is namelijk mogelijk een lijfrente te splitsen en tot de gewenste omvang toe te delen aan beide echtgenoten. Na de splitsing kan elk van de toegedeelde delen voor zich in aanmerking komen voor de afkoopregeling voor kleine lijfrenten. Er vindt geen samentelling met de lijfrente van de andere ex- echtgenoot plaats. Het is voor de toepassing van de afkoopregeling zelfs mogelijk de lijfrente niet eerst formeel in twee lijfrenten te splitsen. Maar dan moet in het echtscheidings- of verdelingsconvenant uitdrukkelijk zijn bepaald hoe men de lijfrente moet verdelen. Nadat het convenant definitief is geworden, kan voor iedere ex- echtgenoot de afkoopregeling voor kleine lijfrenten toepassen op het aan hem of haar toegewezen gedeelte of waarde van de lijfrente. Dit ondanks dat de lijfrente mogelijk formeel nog toekomt aan de ander.

Uitkering overtreft afkoopwaarde

Tussen het tijdstip waarop de afkoop is overeengekomen en het tijdstip van daadwerkelijke uitkering kan enige tijd zitten. Stel nu dat de uiteindelijke uitkering hoger is dan de afkoopwaarde. In dat geval heeft die hogere afkoopwaarde geengevolgen voor de afkoopregeling voor kleine lijfrenten.

Andere schending van voorwaarden

De afkoopregeling voor kleine lijfrenten geldt niet bij andere schendingen van de voorwaarden dan afkoop. Bij een andere vervreemding, belening, verpanding of bij overschrijding van de wettelijke termijn is de sanctie dus gewoon van toepassing.

Wet: art. 30i, eerste lid, onderdeel b AWR en art. 3.126a, vijfde lid en 3.133, tweede lid, onderdeel d en derde lid Wet IB 2001

Bron: Belastingdienst 6 mei 2021

Filed Under: Financiële planning, Nieuws, Verdieping, Verdieping

Reageer
Vorige artikel
Wijziging besluit OB-verplichtingen
Volgende artikel
Onderzoek heffing in box 3 op basis van werkelijke rendementen

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

aangifte belasting 2024

Werkinstructie overige inkomsten Belastingdienst openbaar

De Belastingdienst heeft werkinstructies openbaar gemaakt over het aandachtsgebied ‘Overige inkomsten’. In de documenten staat hoe aangiften inkomstenbelasting inhoudelijk worden beoordeeld bij onder meer alimentatie, periodieke uitkeringen, kapitaalverzekeringen, lijfrenten en revisierente.

massaal bezwaar procedure

Geen box 3-herstel voor niet-bezwaarmaker na Kerstarrest

A-G Pauwels concludeert dat niet-bezwaarmakers voor box 3 geen ambtshalve vermindering krijgen met een beroep op het Kerstarrest. Volgens hem kan het cassatieberoep in deze proefprocedure niet slagen.

cryptohandel MiCA

Standpunt niet-toegankelijke cryptovaluta en box 3

De Kennisgroep inkomstenbelasting niet-winst heeft een standpunt gepubliceerd over de vraag of cryptovaluta waartoe de belastingplichtige geen toegang (meer) heeft een bezitting vormen in box 3.

ministerie financien

Documenten openbaar over Wet tegenbewijsregeling box 3

Het ministerie van Financiën heeft documenten openbaar gemaakt over de Wet tegenbewijsregeling box 3. De stukken bestaan vooral uit interne e-mails, agenda’s van overleggen tussen de Belastingdienst en belangen- en koepelorganisaties, actiepuntenlijsten en conceptbrieven voor burgers. Uit de documenten blijkt dat de Belastingdienst intensief overleg voerde met organisaties zoals het Register Belastingadviseurs, de Consumentenbond, de... lees verder

EU spaargeld beleggen

Veel huishoudens laten kansen op meer rendement liggen: spaargeld kan beter worden benut

Een aanzienlijke groep Nederlandse huishoudens laat kansen op extra rendement onbenut doordat zij niet beleggen, ondanks dat daarvoor wel financiële ruimte bestaat. Dit kan ertoe leiden dat deze huishoudens op langere termijn een tekort aan middelen ervaren. De Autoriteit Financiële Markten (AFM) zet zich in om belemmeringen voor beginnende beleggers te verminderen.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Online cursus toepassing box 3 in de praktijk

Masterclass Actualiteiten vermogensstructurering 2025

Masterclass Box 3 – Forfaitair stelsel met een Tegenbewijsregeling en de toekomst na 2028

Masterclass Actualiteiten vermogensstructurering 2026

Specialisatieopleiding Vermogensstructurering

AGENDA

Verdiepingscursus Internationale estate planning

Masterclass Pillar 2 – Wet minimumbelasting 2024 (Pijler 2)

Stoomcursus Estate planning praktisch ingezet

Masterclass communicatie voor de fiscale professional – pitchen, moeilijke gesprekken & presenteren

Masterclass De positie van de samenwoner in de inkomstenbelasting, relatievermogensrecht en vermogensplanning – Civiel en fiscaal

Nationaal Btw Congres 2026

Online cursus introductie participatieregelingen en lucratieve belangen

Online cursus Internationale aspecten van Nederlandse belastingwetgeving

Online cursus Auto van de zaak

Online cursus Staken van de onderneming: (turbo)liquidatie, WHOA liquidatie akkoord

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

Aanmelden

 

×