• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Belastingplan
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Navordering en -heffing door verkoop bv pand aan dga

26 augustus 2021 door Remco Latour

Als een bv een pand bewust tegen een te lage prijs verkoopt aan haar dga, riskeert deze dga zowel een navorderingsaanslag IB als een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting.

Twee broers hielden ieder 50% van de aandelen in een bv. De activiteiten van deze bv bestonden voornamelijk uit het exploiteren van vastgoed. Op 19 april 2007 verleende een gemeente de bv een bouwvergunning om de indeling van twee onroerende zaken te wijzigen. Deze onroerende zaken mochten daardoor één winkel vormen. Op 3 maart 2011 verkocht de bv de desbetreffende onroerende zaken aan de broers voor € 8.450.000. De Belastingdienst kwam naderhand tot de mening dat de werkelijke waarde van de onroerende zaken veel hoger was. Uiteindelijk stelde de fiscus de waarde op € 18.180.000. Het verschil was volgens de inspecteur een verkapte winstuitdeling, waarover hij de inkomstenbelasting navordert.

Navordering mogelijk

In een beroepsprocedure constateert Rechtbank Noord-Holland dat de inspecteur een ambtelijk verzuim heeft begaan. Hij heeft namelijk de gewone aanslag opgelegd nadat de rijkstaxateur van de Belastingdienst is begonnen met een onderzoek naar de waarde van de onroerende zaken.  Daarom is geen sprake van een nieuw feit. Toch staat de rechtbank navorderen toe, omdat sprake is van kwade trouw. Tijdens het indienen van de aangiftes waren de broers namelijk al in een ver stadium van onderhandelingen over een verhuurovereenkomst. Toch hadden zij bij het bepalen van de overdrachtsprijs geen rekening gehouden met deze overeenkomst. De rechtbank oordeelt dat dit wel had gemoeten, maar dat de broers dit bewust nalieten.

Hoogte verkapte winstuitdeling

Door de overdrachtsprijs op een te laag bedrag te stellen, hebben de broers evenmin voldaan aan hun aangifteplicht. Daarom vindt een omkering van de bewijslast plaats. Dat neemt niet weg dat de fiscus een redelijke schatting moet maken. Dat is echter ook gebeurd, aldus de rechtbank. De onroerende zaken liggen op een zogeheten A-locatie, waardoor leegstand niet tot nauwelijks voorkomt. Bovendien zijn de onderhandelingen over de huurovereenkomst al in een ver stadium beland. De rijkstaxateur heeft verder zijn berekening gebaseerd op een redelijke markthuur op grond van referentiepanden. De Belastingdienst heeft de renovatiekosten misschien iets te laag ingeschat, maar al met al ziet de rechtbank geen reden om de navorderingsaanslag te verlagen.

Overdrachtsbelasting

De uitkomst van de waarderingskwesties heeft niet alleen gevolgen voor de inkomstenbelasting. De verkrijging van de onroerende zaak door de broers is namelijk belast met overdrachtsbelasting. Daarbij is de heffingsgrondslag de waarde in het economische verkeer, maar minimaal de overdrachtsprijs. Nu de waarde van de onroerende zaak hoger blijkt te zijn, mag de Belastingdienst overdrachtsbelasting bij de broers naheffen.

Wet: art. 16, eerste lid, 20 en 27e AWR, art. 4.12, onderdeel a Wet IB 2001 en art. 9, eerste lid en 52 WBRV

Bronnen: Rechtbank Noord-Holland 5 augustus 2021 (gepubliceerd 24 augustus 2021), ECLI:NL:RBNHO:2021:6578, AWB 20/591, Rechtbank Noord-Holland 5 augustus 2021 (gepubliceerd 24 augustus 2021), ECLI:NL:RBNHO:2021:6579, AWB 20/592, Rechtbank Noord-Holland 5 augustus 2021 (gepubliceerd 24 augustus 2021), ECLI:NL:RBNHO:2021:6580, AWB 20/596 en Rechtbank Noord-Holland 5 augustus 2021 (gepubliceerd 24 augustus 2021), ECLI:NL:RBNHO:2021:6582, AWB 20/597

Filed Under: BV & DGA, Fiscaal nieuws, Nieuws

Reageer
Vorige artikel
Nieuw aanvraagportaal WBSO
Volgende artikel
Commerciële jaarrekening motiveert fiscale afwaardering niet

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

wet excessief lenen

Dividendbesluit in 2020 blokkeert oude box 2-verrekening

Hof Den Haag oordeelt dat een dividenduitdeling van € 1,75 miljoen pas in 2020 is genoten, omdat pas toen rechtsgeldig tot uitkering is besloten. De aandeelhouder kan de uitdeling niet met terugwerkende kracht toerekenen aan eerdere jaren om verdamping van box 2-verliezen te voorkomen.

vastgoed buitenland

Schuldoverneming voor kinderen verhoogt box 2-verlies niet

Een dga die schulden van zijn bv aan zijn kinderen overneemt en vervolgens prijsgeeft, doet daarmee geen informele kapitaalstorting. Volgens Hof ’s-Hertogenbosch handelt hij vooral vanuit het privébelang van zijn kinderen en niet als aandeelhouder.

wettelijke termijn bij overlijden begunstigde

Vaststelling doorberekende kosten STAK verschuift naar 1 november

Het Besluit doorberekening kosten stichting administratiekantoor beheer financiële instellingen wordt gewijzigd. De jaarlijkse uiterste datum waarop de minister van Financiën de bij betrokken vennootschappen in rekening te brengen beheerkosten vaststelt, verschuift van 1 mei naar 1 november.

dga-salaris

Niet-ingehouden loonheffing verlaagt belastbaar inkomen

Rechtbank Noord-Nederland oordeelt dat niet-ingehouden loonheffing niet tot het belastbaar inkomen van een dga behoort als de inspecteur niet aannemelijk maakt dat dit bedrag op een andere manier aan hem ten goede is gekomen.

Standpunt over creëren schuldvordering bij afsplitsing

De Kennisgroep aanmerkelijk belang heeft de vraag beantwoord of het bij een afsplitsing creëren van een schuldvordering, zonder dat daar een tegenprestatie tegenover staat, leidt tot een regulier voordeel in de zin van artikel 4.12 van de Wet inkomstenbelasting 2001.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Masterclass Inbreng in en terugkeer uit de BV | PE Accreditatie

Online cursus Staken van de onderneming: (turbo)liquidatie, WHOA liquidatie akkoord | PE Accreditatie

Verdiepingscursus DGA-advisering | PE Accreditatie

Online cursus Gebruikelijk loon 2027 | PE Accreditatie

AGENDA

Verdiepende AI training voor de fiscale praktijk

Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Online cursus afwaarderen & kwijtschelden van vorderingen | PE Accreditatie

Online cursus introductie participatieregelingen en lucratieve belangen | PE Accreditatie

Masterclass Management- en werknemersparticipatie | PE Accreditatie

Verdiepingscursus Internationale estate planning | PE Accreditatie

Specialisatieopleiding Erfrecht | PE Accreditatie

Masterclass Vastgoedfiscaliteiten | PE Accreditatie

Stoomcursus Vastgoedrekenen en -financieren | PE Accreditatie

Online cursus Wet Fiscaal Kwalificatiebeleid Rechtsvormen (incl. aanpassing FGR) | PE Accreditatie

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

Aanmelden

 

×