• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Gebruik BOR niet aannemelijk bij onderrentabiliteit

20 oktober 2021 door Remco Latour

Wie aandelen in een vastgoed-bv met onderrentabiliteit verkrijgt uit een schenking of erfenis, kan waarschijnlijk daarover niet de bedrijfsopvolgingsregeling toepassen.

Een weduwe overleed in 2011. Haar zeven kinderen erfden ieder een gelijk deel van haar nalatenschap. Deze nalatenschap omvatte onder andere alle certificaten van aandelen in een bv. Op het moment van het overlijden van de moeder was de bv eigenaar van zes onroerende zaken. De bv had een groot gedeelte van deze onroerende zaken in de jaren ‘50 en ‘60 gebouwd of laten bouwen. In eerste instantie had de bv een deel van de onroerende zaken in eigen gebruik genomen ten behoeve van haar onderneming in haar branche. Maar vanaf 1985 verhuurde de bv de onroerende zaken verhuurd aan derden. De bv had overigens geen personeel in dienst. Een van de erfgenamen voerde het bestuur en beheer van de bv. Deze erfgenaam meent dat hij de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) kan toepassen op de verkrijging van de certificaten. Maar de inspecteur weigert dat omdat volgens hem de bv geen materiële onderneming drijft.

Intensieve betrokkenheid

De erfgenaam stelt voor Rechtbank Zeeland-West-Brabant dat hij sinds 2006 zelf het beheer van de onroerende goederen uitvoert. Ook is hij zeer intensief betrokken bij de organisatie, planning en controle van de uit te voeren werkzaamheden. Door de werkzaamheden in eigen beheer uit te voeren, zijn de kosten aanzienlijk te drukken. Volgens de man omvatten de werkzaamheden voor een substantieel deel de aanpassing van de bedrijfsruimten aan de wijzigende marktomstandigheden. Het rendement van de bv is als gevolg van deze werkzaamheden verbeterd, aldus de erfgenaam. Hij stelt dat hierbij niet van belang is dat het rendement van de bv laag is. Dit zou namelijk het gevolg zijn van specifieke eigenschappen van de vastgoedportefeuille. Ondanks de onderrentabiliteit ten opzichte van andere vastgoedportefeuilles kunnen de werkzaamheden dus meer inhouden dan normaal actief vermogensbeheer.

Arbeid bleef normaal vermogensbeheer

Maar de inspecteur stelt dat de werkzaamheden zoals de man die beschrijft zien op het verhuren en in stand houden van de bron. De werkzaamheden zijn dus niet gericht op het behalen van meer dan normaal rendement. Sterker nog, nu de erfgenaam zelf heeft verklaard dat sprake is van onderrentabiliteit, ontbreekt een verband tussen ‘arbeid-plus’ en ‘rendement-plus’, aldus de fiscus. De rechtbank volgt de argumentatie van de Belastingdienst. Daarbij maakt het niet uit dat de erfgenaam zeer intensief betrokken is bij de werkzaamheden. Hetzelfde geldt voor de grote hoeveelheid tijd die hij in deze werkzaamheden steekt. Zijn arbeid ontstijgt niet wat men bij normaal (actief) vermogensbeheer mag verwachten. Het vermogen van de bv kwalificeert dus niet als ondernemingsvermogen. Daarom is de BOR niet van toepassing op de verkrijging van de certificaten.

Wet: art. 3.2 Wet IB 2001 en art. 35b en 35c SW

Bron: Rechtbank Zeeland-West-Brabant 26 maart 2021 (gepubliceerd 18 oktober 2021), ECLI:NL:RBZWB:2021:4608, BRE 18/2537

Online cursus bezits- en voortzettingseis

Op 29 mei 2020 heeft de Hoge Raad drie belangrijke arresten gewezen voor de bedrijfsopvolgingspraktijk. In deze arresten maakt de Hoge Raad korte metten met het standpunt van de staatssecretaris dat de bezitseis van de bedrijfsopvolgingsregeling in de Successiewet ook van toepassing is op de uitbreiding van een onderneming. Maar let op! De Hoge Raad heeft de deur voor de fiscus niet helemaal dichtgegooid. Mr. Almer de Beer zoomt in op de impact van deze arresten. Daarnaast gaat hij ook in op de voortzettingseis.

Meer informatie en aanmelden

Filed Under: Estate Planning, Fiscaal nieuws, Nieuws

Reageer
Vorige artikel
Geen vrijstelling voor heffingsrecht Duitse pensioenen in Nederland
Volgende artikel
Geen navordering na misverstand over hypotheekrente

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

schuldigerkenning en box 3

BOR geldt ook voor procentuele toename na aandeleninkoop

Rechtbank Noord-Nederland vernietigt een aanslag schenkbelasting van € 52.501. De bedrijfsopvolgingsregeling is volledig van toepassing op een schenking van certificaten, ook al is het procentuele belang van de schenker door een eerdere aandeleninkoop door de bv vergroot.

Legitieme portie geeft geen vordering of renteaftrek

De Hoge Raad oordeelt dat een beroep op de legitieme portie leidt tot een goederenrechtelijke aanspraak en niet tot een vordering op de langstlevende ouder. Daardoor is geen sprake van een schuldig gebleven erfdeel en is er geen recht op oprenting.

coronakorting voor hotel

Bedrijfsopvolgingsvrijstelling geldt niet bij overdracht via bv-structuur

De Hoge Raad oordeelt dat de vrijstelling voor overdrachtsbelasting bij bedrijfsopvolging niet geldt als de overdracht via bv’s loopt. De zogenoemde doorkijkarresten maken dit niet anders, omdat zij niet zien op de persoon van de verkrijger.

sociaal belang

Giften aan sportverenigingen en fiscale mogelijkheden

Een uitbreiding van de giftenaftrek met eenmalige giften aan sportverenigingen is niet in lijn met de ambitie van het kabinet om het belastingstelsel te vereenvoudigen.

fiscale wijzigingen 2026

Termijn belastingrente erfbelasting volgens wettekst leidend

Rechtbank Den Haag oordeelt dat de duidelijke wettekst van art. 30g AWR leidend is bij de uitleg van de termijn voor belastingrente. Een verzoek om een voorlopige aanslag dat tijdig volgens die tekst is ingediend, voorkomt belastingrente.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Masterclass De positie van de samenwoner in de inkomstenbelasting, relatievermogensrecht en vermogensplanning – Civiel en fiscaal

Stoomcursus Erfrecht – Civiel en fiscaal – Het hele erfrecht in één dag! 

Stoomcursus Estate planning praktisch ingezet

Leergang Erfrecht

Masterclass Box 3 – Forfaitair stelsel met een Tegenbewijsregeling en de toekomst na 2028

AGENDA

Stoomcursus Erfrecht – Civiel en fiscaal – Het hele erfrecht in één dag! 

Fiscale AI-dag

Specialisatieopleiding Estate Planning

Basiscursus Estate planning

Masterclass Actualiteiten vermogensstructurering 2026

Masterclass Box 3 – Forfaitair stelsel met een Tegenbewijsregeling en de toekomst na 2028

Stoomcursus Vastgoedrekenen en -financieren

Masterclass verantwoord adviseren: Ethiek als kompas in de fiscaliteit

Masterclass Overdrachtsbelasting

Verdiepingscursus Tweetrapsmakingen opzetten en afwikkelen

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

×