• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Prejudiciële vragen over toetsen socialeverzekeringsplicht

19 maart 2024 door Remco Latour

binnenvaartschip subsidie

De Hoge Raad stelt prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de EU of de eisen aan de beoordeling of iemand een substantieel deel van zijn werkzaamheden in de woonstaat verricht. Dit is van belang voor de socialeverzekeringsplicht.

Een man die in Nederland woont is van 4 februari 2016 tot en met 31 december 2016 werkzaam op een in Nederland geregistreerd binnenvaartschip. De eigenaar en exploitant van het schip is een scheepvaartbedrijf dat is geregistreerd en gevestigd in Nederland. In de desbetreffende periode staat de man op de loonlijst van een werkgever in Liechtenstein. Hij verricht werkzaamheden in België, Duitsland en Nederland. Volgens het vaartijdenboek heeft het schip in het jaar 2016 ongeveer 22% van de tijd in Nederland gevaren. In 2013 en 2014 was dat 22% respectievelijk 24%. Maar in die twee jaren werkte de man niet op het schip en evenmin voor de Liechtensteinse werkgever. De Sociale verzekeringsbank (SVB) heeft met betrekking tot de periode 4 februari 2016 tot en met 31 december 2016 een A1-verklaring afgegeven. De SVB motiveert dit als volgt:

  • De SVB gaat ervan uit dat de man in de periode van 4 februari 2016 tot en met 31 december 2016 een substantieel gedeelte van zijn werkzaamheden in Nederland heeft verricht.
  • Volgens de SVB is van belang dat uit het vaartijdenboek blijkt dat het schip in het jaar 2016 ongeveer 22% van de tijd in Nederland heeft gevaren, in 2013 ook 22% en in 2014 24%.
  • De man woont in Nederland, het schip in Nederland is geregistreerd, en dat de eigenaar en de exploitant van het schip in Nederland zijn gevestigd.

Omstandigheden die geschikt zijn voor beoordeling

De man is het niet eens met de afgegeven A1-verklaring en start een beroepsprocedure. Uiteindelijk komt de zaak voor de Hoge Raad. De Hoge Raad wil niet direct een oordeel geven. Eerst moet het Hof van Justitie van de EU enkele prejudiciële vragen beantwoorden. Daarbij geldt als uitgangspunt dat iemand in twee of meer lidstaten werkzaamheden in loondienst pleegt te verrichten. Het staat vast dat deze persoon gedurende 22% van zijn arbeidstijd werkzaamheden in de woonstaat verricht. De Hoge Raad wil onder andere weten welke omstandigheden of soorten van omstandigheden geschikt zijn voor de beoordeling of iemand een substantieel gedeelte van zijn werkzaamheden in de woonstaat verricht. Meer specifiek wil de Hoge Raad weten of daarbij is vereist dat:

  • een omstandigheid rechtstreeks verband houdt met het verrichten van werkzaamheden;
  • een omstandigheid een aanwijzing inhoudt wat betreft de plaats waar de werkzaamheden worden verricht; en
  • aan de omstandigheid kwantitatieve gevolgtrekkingen zijn te verbinden wat betreft het gewicht dat aan de werkzaamheden die in de woonstaat worden verricht kan worden toegekend in vergelijking met het totaal van alle werkzaamheden van de betrokkene.

Relevante factoren

Verder wil de Hoge Raad weten of men met de beoordeling rekening moet houden met:

  • de woonplaats van de werknemer;
  • de plaats van registratie van het binnenvaartschip waarop de werknemer zijn werkzaamheden verricht;
  • de plaats van vestiging van de eigenaar en exploitant van het binnenvaartschip;
  • de plaats waar het schip voer in andere tijdvakken waarin de werknemer daarop niet werkzaam was en ook nog niet bij de werkgever in dienst was;
  • de vestigingsplaats van de werkgever; en
  • de plaats waar de werknemer aan en van boord van het schip gaat.

Aanvullende vragen

Ten slotte wil de Hoge Raad weten over welk tijdvak men moet beoordelen of een werknemer een substantieel gedeelte van zijn werkzaamheden in zijn woonstaat verricht. Ook wil de Hoge Raad weten of het bevoegde orgaan van een lidstaat bij het vaststellen van de toepasselijke wetgeving een door de rechter in beginsel te respecteren beoordelingsvrijheid heeft met betrekking tot het begrip ‘substantieel gedeelte van zijn werkzaamheden’.

Verordening: art. 13, eerste lid Verordening (EG) 883/2004 en art. 14, achtste lid Verordening (EG) 987/2009

Bron: Hoge Raad 15 maart 2024, ECLI:NL:HR:2024:390, 22/02795

Filed Under: Fiscaal nieuws, Internationaal & Europees recht, Nieuws

Reageer
Vorige artikel
Blog | Groene arbeidsvoorwaarden
Volgende artikel
Handleiding gepubliceerd voorkoming dubbele belasting artiesten en sporters in de Vpb

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

Digitale voorzieningen Wet minimumbelasting 2024

Op 1 juni 2026 stelt de Belastingdienst de digitale voorzieningen voor de Wet minimumbelasting 2024 beschikbaar. Voor entiteiten is het van belang inzicht te hebben in de verplichtingen en via welke kanalen de benodigde informatie moet worden ingediend.

Belastingverdragen

Onderhandelingen belastingverdragen 2026

Nederland is met vier nieuwe landen in onderhandeling over een belastingverdrag. Het gaat om Nieuw-Zeeland, Nigeria, Peru en Zimbabwe. De staatssecretaris van Financiën licht de stand van zaken en prioriteiten bij de belastingverdragen toe voor 2026.

crypto box 3 jongere

Uitvoeringsbesluit verzamel- en verificatievereisten voor rapporterende aanbieders van cryptoactivadiensten

Het Uitvoeringsbesluit verzamel- en verificatievereisten voor rapporterende aanbieders van cryptoactivadiensten is gepubliceerd.

tijdelijke regeling e-commerce btw

Politiek akkoord over nieuw Douanewetboek van de Unie

Na jaren van onderhandelingen is een akkoord bereikt over een ingrijpende modernisering van de Europese douaneregels. Staatssecretaris Eerenberg licht de belangrijkste veranderingen en gevolgen voor handel en toezicht toe.

Mededeling Aangewezen ontwikkelingslanden op grond van artikel 6 Bvdb 2001

Het ministerie van Financiën heeft een Mededeling gepubliceerd over de als ontwikkelingsland aangewezen Mogendheden op grond van artikel 6 van het Besluit voorkoming dubbele belasting 2001 voor het jaar 2025.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Masterclass Pillar 2 – Wet minimumbelasting 2024 (Pijler 2)

AGENDA

Stoomcursus Erfrecht – Civiel en fiscaal – Het hele erfrecht in één dag! 

Fiscale AI-dag

Specialisatieopleiding Estate Planning

Basiscursus Estate planning

Masterclass Actualiteiten vermogensstructurering 2026

Masterclass Box 3 – Forfaitair stelsel met een Tegenbewijsregeling en de toekomst na 2028

Stoomcursus Vastgoedrekenen en -financieren

Masterclass verantwoord adviseren: Ethiek als kompas in de fiscaliteit

Masterclass Overdrachtsbelasting

Verdiepingscursus Tweetrapsmakingen opzetten en afwikkelen

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

×