• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

LJN: CA0323, Hoge Raad, CPG 12/04039

17 mei 2013 door redactie

Conclusie PG: A-G Niessen heeft conclusie genomen in de zaak met nummer 12/04039. In geschil is de uitleg van het laatste deel van de zin ‘resultaat uit overige werkzaamheden in Nederland’ uit artikel 7.2, lid 2, sub c van de Wet IB 2001. De vraag die opkomt is of onder de buitenlandse belastingplicht een resultaat uit overige werkzaamheden dat is voortgekomen uit werkzaamheden die deels buiten Nederland zijn verricht, ook deels buiten de Nederlandse heffing zou moeten blijven. De A-G merkt op dat als resultaat uit overige werkzaamheden, ook wordt aangemerkt vermogenswinsten. Daarin kunnen twee categorieën worden ontwaard, te weten die waarbij de belastingplichtige aan de onroerende zaak waardeverhogende werkzaamheden verricht zoals verbouwing, en die waarbij hij de zaak niet materieel verandert maar door gebruik te maken van niet algemeen bekende gegevens erin slaagt deze te vervreemden tegen een prijs die substantieel hoger is dan de prijs waarvoor hij deze heeft verworven. In de eerstgenoemde groep gevallen zal de betreffende arbeid wanneer het een in Nederland gelegen onroerende zaak betreft, in Nederland worden verricht en in Nederland tot een belastbaar resultaat leiden. In de tweede groep gevallen hoeft de arbeid niet noodzakelijkerwijs in Nederland te worden verricht, ook al gaat het om een in Nederland gelegen onroerende zaak. Met behulp van de moderne communicatiemiddelen is het immers mogelijk dat de benodigde (juridische) handelingen worden uitgevoerd vanaf een willekeurige plaats buiten Nederland. Voor dergelijke gevallen rijst de vraag of de behaalde vermogenswinst kan worden aangemerkt als een resultaat uit overige werkzaamheden in Nederland, indien een deel van de werkzaamheden zijn verricht vanuit het buitenland. Wat als een arbeidsopbrengst wordt belast, is in wezen een vermogenswinst. Het behaalde resultaat is niet een gevolg van arbeid die de hoedanigheid van de onroerende zaak heeft gewijzigd (en dus louter ter plekke had kunnen worden verricht), maar van handelingen die tot het normale verm

Meer informatie: http://zoeken.rechtspraak.nl/ResultPage.aspx?snelzoeken=t&searchtype=ljn&ljn=CA0323

Filed Under: Jurisprudentie

Reageer
Vorige artikel
LJN: CA0269, Hoge Raad, CPG 12/02808
Volgende artikel
LJN: CA0370, Gerechtshof Arnhem, 12/00164

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

Stoomcursus Erfrecht – Civiel en fiscaal – Het hele erfrecht in één dag! 

Voorbereid om te adviseren op het gebied van het erfrecht – Civiel en fiscaal  Civiel en fiscaal – Het hele erfrecht in één dag!  Jouw cliënt heeft steeds meer vragen over zijn testament. Een adviseur kan niet meer zonder kennis van het erfrecht! Een cursus met erfrechtelijke en fiscale tips. Prof. mr. dr. Bernard Schols... lees verder

Gebruikelijk loon dga terecht bij lage en oplopende omzet bv

Het hof oordeelt dat de gebruikelijkloonregeling terecht is toegepast. De bv maakt niet aannemelijk dat een lager loon of een structurele verliessituatie bestaat.

erflater

Statutair bestuurders coöperatie in dienstbetrekking door formeel gezag

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de statutair bestuurders van een melkveehoudercoöperatie in een privaatrechtelijke dienstbetrekking staan; de formele gezagsverhouding is doorslaggevend.

ECLI:NL:GHAMS:2025:3817 Gerechtshof Amsterdam, 21-10-2025, 23/486

Toepassing gebruikelijkloonregeling. Meer informatie: https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2025:3817&pk_campaign=rss&pk_medium=rss&pk_keyword=uitspraken

rentevergoeding

Standpunt samenloop artikel 15b Wet Vpb 1969 en berekening tweede limiet

De Kennisgroep IBR Vpb & winst heeft een vraag beantwoord over de samenloop van artikel 15b Wet Vpb 1969 en de bij de bepaling van de tweede limiet in aanmerking te nemen kosten.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

AGENDA

Stoomcursus Erfrecht – Civiel en fiscaal – Het hele erfrecht in één dag! 

Fiscale AI-dag

Specialisatieopleiding Estate Planning

Basiscursus Estate planning

Masterclass Actualiteiten vermogensstructurering 2026

Masterclass Box 3 – Forfaitair stelsel met een Tegenbewijsregeling en de toekomst na 2028

Stoomcursus Vastgoedrekenen en -financieren

Masterclass verantwoord adviseren: Ethiek als kompas in de fiscaliteit

Masterclass Overdrachtsbelasting

Verdiepingscursus Afwikkeling van nalatenschappen

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

×