• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Antwoorden op vragen toekomstig stelsel box 3

26 mei 2025 door Anne-Marie Noordenbos

Staatssecretaris Van Oostenbruggen beantwoordt vragen van de Eerste Kamer over het toekomstig stelsel box 3.

Het kabinet zet in op belastingheffing in box 3 op basis van werkelijk rendement, met invoering per 1 januari 2028. De staatssecretaris benadrukt het belang van juridische houdbaarheid, uitvoerbaarheid en een evenwichtige belastingdruk op verschillende inkomensbronnen.

De Belastingdienst acht 1 januari 2028 haalbaar, mits het wetsvoorstel uiterlijk op 15 maart 2026 door de Tweede Kamer wordt aangenomen. Verdere vertraging kan leiden tot problemen bij de aanlevering van gegevens door banken en verzekeraars, wat gevolgen heeft voor de uitvoerbaarheid van het nieuwe stelsel1.

Belastingdruk en heffingssystematiek

Het kabinet licht toe dat het marginale tarief in box 3 op 36% ligt. De gemiddelde belastingdruk in box 3 hangt af van de hoogte en samenstelling van het vermogen. Voor een alleenstaande met € 3,2 miljoen spaargeld bedraagt de belastingdruk 30,9%, bij beleggingen in effecten met €0,8 miljoen is dat 29,2%. Voor een inkomen gelijk aan twee keer modaal is de belastingdruk respectievelijk 35,7% (spaargeld) en 34,7% (effecten). De belastingdruk in box 3 is daarmee lager dan het gemiddelde tarief in box 1 bij twee keer modaal, maar hoger dan bij één keer modaal.

Keuze voor werkelijk rendement

Het kabinet kiest voor het belasten van het werkelijk rendement in box 3, omdat dit beter aansluit bij de werkelijke draagkracht en de juridische eisen. De voorgestelde vermogensaanwasbelasting wordt als juridisch houdbaar beschouwd, mede op basis van recente jurisprudentie van de Hoge Raad. Er is gekozen voor een hybride stelsel: vermogensaanwasbelasting als hoofdregel en vermogenswinstbelasting voor onroerende zaken en aandelen in start-ups.

Alternatieven en advies Raad van State

Alternatieven, zoals een vermogenswinstbelasting of een bevrijdende bronheffing, zijn onderzocht maar om uiteenlopende redenen niet gekozen. De Raad van State heeft gewezen op de complexiteit en de gevolgen voor burgers en Belastingdienst, maar het kabinet acht het voorgestelde stelsel, alles afwegende, de beste optie voor een evenwichtige belastingdruk op vermogen1.

Bron: Antwoorden op vragen over de brief over het toekomstig stelsel box 3, nr. 2025-0000136923, Ministerie van Financiën, 23 mei 2025

Online cursus toepassing box 3 in de praktijk

De wijzigingen rondom box 3 zijn inmiddels bij de meeste adviseurs bekend. Maar wat betekenen deze wijzigingen in de praktijk? En hoe speel je hier als adviseur strategisch op in?

In dit praktijkgerichte webinar van mr. Eric van Uunen gaan we niet uitgebreid in op de technische details van de box 3-heffing zelf. In plaats daarvan richten we ons op wat écht relevant is voor jouw adviespraktijk: het proactief begeleiden van klanten bij het optimaliseren van hun box 3-positie, met het oog op de naderende Wet tegenbewijsregeling box 3 en het verwachte OWR-formulier (Overzicht Werkelijk Rendement). Ook het voorstel van de Wet werkelijk rendement box 3 vanaf 1 januari 2028 komt zijdelings aan bod, maar de aandacht gaat vooral naar adviesmogelijkheden tot 1 januari 2028.

Meer informatie en aanmelden

Filed Under: Financiële planning, Fiscaal nieuws, Nieuws

Reageer
Vorige artikel
Minister reageert op onderzoek dubbele petten bij fiscale hoogleraren
Volgende artikel
Ontslagvergoeding wegens ernstig verwijtbaar handelen werkgever onbelast

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

Heffingsvrij vermogen telt niet bij werkelijk rendement

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat het inkomen uit sparen en beleggen in de aanslag IB/PVV 2023 niet te hoog is vastgesteld, omdat het werkelijk rendement hoger uitvalt dan het forfaitaire rendement. Het beroep op het kerstarrest baat de man dus niet.

verlies ondernemer

Correctie box 3-vermogen wegens overtollige liquiditeiten in eenmanszaak

Rechtbank Den Haag oordeelt dat de inspecteur het box 3-vermogen van de man terecht heeft gecorrigeerd wegens duurzaam overtollige liquiditeiten in zijn eenmanszaak. Slechts €165.000 van de bank- en spaartegoeden geldt als werkkapitaal; het restant is overtollig en valt in box 3.

lijfrente

Standpunt box 3 en terugstorting betaalde lijfrentepremies en/of -inleg na opzegging of ontbinding lijfrenteverzekeringen

De Kennisgroep inkomstenbelasting niet-winst heeft de vraag beantwoord op welke wijze het bedrag van de terugstorting van betaalde lijfrentepremies en/of   - inleg na opzegging of ontbinding van een lijfrenteproduct in aanmerking wordt genomen onder de Wet rechtsherstel box 3 en de box 3-wetgeving met ingang van 1 januari 2023.

deadline bezwaar vergoeding

Nadelig uitpakken box 3-verdeling voor toeslagen redt bezwaartermijn niet

Rechtbank Gelderland oordeelt dat de termijnoverschrijding bij het bezwaar tegen de aanslagen IB/PVV 2023 niet verschoonbaar is. Ambtshalve vermindering is ook niet mogelijk, omdat de aanslagen al onherroepelijk vaststaan.

opstal waarde woning eigenwoningregeling

Onderlinge verdeling eigen woning wijzigen bij navordering

De Hoge Raad oordeelt dat een belastingplichtige en zijn partner een aanvankelijk gekozen onderlinge verdeling van een gemeenschappelijk inkomensbestanddeel mogen wijzigen zolang de navorderingsaanslagen van beiden nog niet onherroepelijk vaststaan. Die mogelijkheid geldt niet alleen voor het inkomensbestanddeel waarop de navordering ziet.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Future Fit Professionals

Masterclass Actualiteiten vermogensstructurering 2025

Specialisatieopleiding Vermogensstructurering

Online cursus toepassing box 3 in de praktijk

Masterclass Vermogen in box 1, 2 en 3: de afwegingen

AGENDA

Correctie box 3-vermogen wegens overtollige liquiditeiten in eenmanszaak

Online cursus CV en bedrijfsopvolging

Online cursus Schenken en lenen in familieverband

Meerdaagse opleiding Vastgoedfiscaliteiten

Stoomcursus AI voor Fiscale professionals

Online cursus toepassing box 3 in de praktijk

Future Fit Professionals

Stoomcursus btw en internationaal zakendoen

Online cursus Immigrerende DGA’s: fiscale gevolgen en sociale zekerheid bij migratie naar Nederland

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

Aanmelden

 

×