De Belastingdienst wil zijn goede uitgangspositie op het gebied van digitale autonomie behouden en verder versterken schrijft staatssecretaris Eerenberg in een Kamerbrief.
De staatssecretaris van Financiën heeft zijn visie op digitale autonomie bij de Belastingdienst uiteengezet. Zijn ambitie is om de Belastingdienst voorloper te maken op dit gebied. De Belastingdienst beschikt al over een goede uitgangspositie dankzij eigen datacenters in Apeldoorn, veel maatwerksoftware en een IV-organisatie van circa 3.600 fte. Tegelijkertijd blijft de organisatie op onderdelen afhankelijk van niet-Europese technologie, bijvoorbeeld voor hardware, infrastructuur en kantoorautomatisering.
Meer regie over kritieke systemen
Om de digitale autonomie te versterken zet de Belastingdienst in op vier hoofdlijnen. Ten eerste wordt de eigen ontwikkelcapaciteit behouden en waar nodig versterkt, zodat voor primaire processen vaker wordt gekozen voor eigen ontwikkeling en beheer. Daarnaast wordt ingezet op uitbreiding van de datacenterinfrastructuur, zowel in de eigen datacenters als via Europese soevereine cloudoplossingen. Verder worden digitale autonomie en het beheersen van afhankelijkheden nadrukkelijker meegenomen in inkoop- en aanbestedingstrajecten. Tot slot wordt open source de standaard bij nieuwe softwareontwikkeling, tenzij zwaarwegende redenen bestaan om daarvan af te wijken.
Volgens de staatssecretaris is volledige digitale autonomie geen realistisch streven. Het doel is niet om alle afhankelijkheden te elimineren, maar om deze te beheersen en waar mogelijk gericht af te bouwen. Daarbij mogen informatiebeveiliging en leverbetrouwbaarheid niet in het gedrang komen.
Gevolgen voor grote IT-projecten
De nieuwe koers heeft directe gevolgen voor lopende moderniseringstrajecten. Bij de modernisering van de omzetbelasting is besloten over te stappen naar een zogenoemd hosting-scenario. Daarbij neemt de Belastingdienst het beheer en onderhoud van de infrastructuur zelf over. De servers komen in eigen datacenters te staan en worden beheerd door medewerkers van de Belastingdienst. Hierdoor kunnen risico’s voor de vertrouwelijkheid van gegevens en de continuïteit van de dienstverlening beter worden gemitigeerd.
Deze wijziging leidt wel tot vertraging. De geplande invoering van VAT-refund per 1 juli 2026 is daardoor niet haalbaar. Ondernemers kunnen echter gebruik blijven maken van de huidige werkwijze totdat het nieuwe systeem gereed is. Ook worden de modernisering van de contactcentervoorziening en de uitrol van Microsoft 365 opnieuw beoordeeld vanuit het perspectief van digitale autonomie. De staatssecretaris benadrukt dat de Belastingdienst niet afwacht, maar nu al concrete stappen zet om meer regie te krijgen over zijn digitale omgeving.





Geef een reactie