Hof Amsterdam oordeelt dat een bv haar dga heeft bevoordeeld door € 58.454 aan bouwkosten van een schuur op zijn privéterrein te betalen. Het bedrag vormt een winstuitdeling en daarmee inkomen uit aanmerkelijk belang.
Een man is indirect enig aandeelhouder van een bv die tot 2014 onder meer een benzinestation en wasstraat exploiteert. In 2015 laat hij bij zijn woonboerderij een loods of schuur bouwen. De kosten van de gebruikte materialen worden betaald door de bv en in haar administratie verwerkt. Tijdens een bedrijfsbezoek verklaart de man dat de schuur zowel privé als voor werkzaamheden van de bv wordt gebruikt. Later stelt hij dat de schuur uitsluitend voor de bv is gebouwd als tijdelijke locatie voor de voorbereiding van een nieuwe wasstraat. De inspecteur merkt € 58.454 aan door de bv betaalde bouwkosten aan als een winstuitdeling. In geschil is onder meer of deze correctie terecht is.
Schuur is voor aandeelhouder gebouwd
Het hof hecht meer waarde aan de eerdere verklaring van de man tijdens het bedrijfsbezoek dan aan zijn latere stelling dat de schuur uitsluitend voor de bv was bestemd. Uit zijn eerdere verklaring volgt dat hij de schuur naar eigen behoefte voor verschillende doeleinden gebruikte. Bovendien waren voor de bedrijfslocatie al andere bedrijfshallen en materialen gekocht. De latere verklaring dat de schuur slechts tijdelijk bij zijn woning stond om uiteindelijk naar de bedrijfslocatie te worden verplaatst, acht het hof daarmee niet te rijmen. Het hof concludeert dat de schuur voor de man zelf is gebouwd.
Betaling is winstuitdeling
Doordat de bv de bouwkosten voor haar rekening neemt, vindt volgens het hof een vermogensverschuiving plaats van de bv naar haar aandeelhouder zonder zakelijke grondslag. De bv en de man moeten zich bewust zijn geweest van zowel de bevoordeling als de bedoeling daartoe. Het voordeel ontstaat op het moment dat de bv de kosten betaalt die de man zelf had moeten dragen. Het hof acht aannemelijk dat alle in aanmerking genomen facturen verband houden met de bouw van de schuur. De inspecteur heeft daarom terecht € 58.454 als winstuitdeling en inkomen uit aanmerkelijk belang over 2015 aangemerkt. Het hoger beroep is ongegrond.
Wet: art. 4.12 Wet IB 2001 en art. 16 AWR
Bron: Gerechtshof Amsterdam, 30-06-2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:2577, 25/2024 | NDFR





Geef een reactie