• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Definitieve aanslag alleen verrekenen met laatste VA

28 februari 2014 door Remco Latour

Als duidelijk is dat een nieuwe voorlopige aanslag (VA) een vermindering betekent ten aanzien van de vorige VA, kan de belastingplichtige bij het ontvangen van de definitieve aanslag niet alle VA’s verrekenen. Deze logische stelling is definitief bevestigd door de Hoge Raad.

Dit oordeel zag op een zaak waarin een vrouw in eerste instantie een VA inkomstenbelasting over 2009 had ontvangen voor een bedrag van € 12.538. Toen zij een verlaging van deze VA aanvroeg, legde de inspecteur haar een nieuwe VA op van € 5.607. Dit bedrag was gespecificeerd als € 12.538 minus € 6.931. Na het doen van de aangifte kreeg de vrouw een derde VA opgelegd met een te betalen bedrag van € 5.247. Dit bedrag was gespecificeerd als € 5.607 minus € 360. Bij het opleggen van de definitieve aanslag had de inspecteur € 5.247 aan voorlopige aanslagen verrekend. Volgens de vrouw moesten alle drie de voorlopige aanslagen worden verrekend. Dus in totaal € 12.538 + € 5.607 + € 5.247 = € 23.392. Zowel de rechtbank als het hof wees de extra verrekening van € 18.145 af, omdat duidelijk was dat de inspecteur de VA steeds had verminderd. De vrouw was nooit € 23.392 aan belasting verschuldigd en had alleen de laatste VA betaald. De Hoge Raad volgde evenmin het standpunt van de vrouw en verklaarde haar beroep in cassatie zonder nadere motivering ongegrond.

 

 Wet: artikel 15 AWR

Meer informatie: Hoge Raad, 17 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:77

Filed Under: Fiscaal nieuws, Formeel belastingrecht, Nieuws

Reageer
Vorige artikel
Weekers komt met novelle bij wetsvoorstel tot wijziging Witteveenkader
Volgende artikel
Reageren op voorontwerp algemeen pensioenfonds

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

parkeren eigen terrein

Aanmaningskosten terecht ondanks ontbrekende MijnOverheid-notificatie

Plaatsing van een naheffingsaanslag parkeerbelasting in de berichtenbox van MijnOverheid geldt als geldige bekendmaking, ook als de belastingschuldige geen e-mailnotificatie heeft ontvangen. Aanmaningskosten zijn dan terecht in rekening gebracht.

souvenir

Schaduwboekhouding maakt omkering bewijslast terecht

Gerechtshof Amsterdam oordeelt dat de in een schoudertas aangetroffen schaduwboekhouding rechtmatig is verkregen. Dit rechtvaardigt omkering en verzwaring van de bewijslast en een redelijke schatting van de omzet over heel 2018.

Ontbonden stichting blijft bestaan bij aanwezige baten

Hof ’s-Hertogenbosch oordeelt dat een ontbonden stichting niet is opgehouden te bestaan als achteraf nog baten blijken te bestaan en het vermogen niet is vereffend. De Vpb-aanslagen zijn daarom tijdig en rechtsgeldig bekendgemaakt.

contant geld

Besluit mbt boetes overtreding verbod op contante betalingen vanaf € 3.000

Dit besluit wijzigt het Besluit bestuurlijke boetes financiële sector, het Uitvoeringsbesluit Wwft 2018 en het Besluit gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft in verband met het verbod op contante betalingen voor goederen vanaf € 3.000. Het besluit regelt met name de handhaving en sanctionering van dit verbod.

Hoge Raad

Rechter mag proceskostenvergoeding fors matigen zonder toelichting

De Hoge Raad oordeelt dat de rechter ruime vrijheid heeft om proceskostenvergoedingen te matigen. De rechter hoeft de omvang van die matiging niet afzonderlijk te motiveren.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

AGENDA

Masterclass De positie van de samenwoner in de inkomstenbelasting, relatievermogensrecht en vermogensplanning – Civiel en fiscaal

Nationaal Btw Congres 2026

Online cursus introductie participatieregelingen en lucratieve belangen

Online cursus Internationale aspecten van Nederlandse belastingwetgeving

Online cursus Auto van de zaak

Online cursus Staken van de onderneming: (turbo)liquidatie, WHOA liquidatie akkoord

Stoomcursus Erfrecht – Civiel en fiscaal – Het hele erfrecht in één dag! 

Stoomcursus AI voor Fiscale professionals

Specialisatieopleiding Estate Planning

Basiscursus Estate planning

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

×