Hof ’s-Hertogenbosch oordeelt dat een Duits ambtenarenpensioen volledig en een Duitse Altersrente gedeeltelijk in box 1 belastbaar zijn. Omdat de inspecteur beide pensioenen volledig heeft vrijgesteld, zijn de aanslagen eerder te laag dan te hoog vastgesteld.
Een man woont in Nederland en werkte van 1997 tot oktober 2014 als hoogleraar in Duitsland. Sinds zijn pensionering ontvangt hij een Duits ambtenarenpensioen en een Altersrente van de Deutsche Rentenversicherung. Daarnaast ontvangt hij een ABP-pensioen en AOW. Over zijn Duitse pensioenen is in Duitsland belasting ingehouden. In zijn aangiften over 2019 en 2020 neemt hij alleen de netto ontvangen Duitse pensioenen op. De inspecteur neemt de pensioenen bruto in aanmerking, maar verleent daarvoor volledige aftrek ter voorkoming van dubbele belasting. In geschil is in hoeverre Nederland over de Duitse pensioenen mag heffen.
Duitse pensioenen deels in box 1
Het hof oordeelt dat het Duitse ambtenarenpensioen volledig tot box 1 behoort. De man heeft hiervoor geen premies betaald en het belastingverdrag wijst het heffingsrecht toe aan Nederland. Ook de Altersrente kwalificeert als loon uit vroegere dienstbetrekking, maar slechts voor zover de daarvoor betaalde premies in Duitsland aftrekbaar waren. Omdat dit gedurende tien van de achttien jaren het geval was, valt 55,56% van de Altersrente in box 1 en de overige 44,44% van de aanspraak in box 3. Omdat de inspecteur beide Duitse pensioenen volledig heeft vrijgesteld, zijn de aanslagen over 2019 en 2020 eerder te laag dan te hoog vastgesteld. Het hoger beroep is ongegrond.
Wet: art. 3.82 Wet IB 2001; en art. 17 en art. 18 Belastingverdrag Nederland-Duitsland
Bron: Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch, 05-08-2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:2182, 25/1357 en 25/1358 | NDFR






Geef een reactie